Het aantal personen wiens vluchtelingenstatus werd ingetrokken omwille van criminele activiteiten of vakantie(s) in hun thuisland nam het afgelopen jaar sterk toe, zo weet Het Nieuwsblad. Een van de redenen? De (bij progressieve partijen) omstreden ‘wet-Francken’. Toch kan het beter volgens Marco Laenens (N-VA), lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst van Antwerpen, beter. “Soms zien we op Facebook dat ze in hun thuisland zijn geweest, of ze gaan terug naar een buurland om vandaaruit naar hun land te gaan. Ik heb de indruk dat daar weinig aan wordt gedaan”, klinkt het. 

Het aantal ingetrokken erkenningen als vluchteling stijgt. Terwijl er in 2015 maar 52 vluchtelingen hun erkenning kwijtspeelden, betrof dit in 2018 217 migranten. Dit betreft vooral migranten die criminele activiteiten pleegden of – ondanks hun vluchtelingenstatus – op reis gingen naar hun ‘onveilige’ thuisland. De redenen voor deze stijging volgens Commissaris-generaal Dirk Van den Bulck? Een aanscherping van de migratiewetgeving onder impuls van voormalig staatssecretaris Theo Francken en een strengere controle op vluchtelingen die naar naar hun thuisland gaan.

“Vroeger konden vluchtelingen voor uitzonderlijke omstandigheden toelating krijgen om terug te keren”, stelt Van den Bulck tegenover Het Nieuwsblad. “Dat kan intussen niet meer. We gaan ervan uit dat dat in tegenspraak is met hun erkenning als vluchteling, die ze net krijgen omdat ze daar gevaar lopen”, klinkt het. Door de aanscherping van de vreemdelingenwetgeving kunnen criminele migranten dan weer sneller worden teruggestuurd. Initieel was deze wetgeving evenwel controversieel. Zo omschreef de progressieve oppositie deze als de “deportatiewet van Francken”.

“Kunnen pas ingrijpen als we informatie hebben”

Marco Laenens heeft evenwel zijn reserves bij verscherpte controle op ‘toeristen’. “Soms zien we op Facebook dat ze in hun thuisland zijn geweest, of ze gaan terug naar een buurland om vandaaruit naar hun land te gaan. Ik heb de indruk dat daar weinig aan wordt gedaan”, stelt hij tegenover Het Nieuwsblad. Volgens Van den Bulck kunnen de diensten pas optreden wanneer ze over de nodige informatie beschikken. “Als iemand een vermoeden heeft, dan willen we dat graag weten. Elk geval onderzoeken we ernstig, en als blijkt dat die persoon inderdaad vrij heeft rondgereisd in zijn thuisland, dan trekken we zijn erkenning in”, klinkt het.