Als het van N-VA-voorzitter Bart De Wever en formateur Jan Jambon (N-VA) afhangt, komt er een “een Vlaamse canon […], een lijst van ankerpunten uit onze Vlaamse cultuur en geschiedenis, die Vlaanderen als Europese natie typeren en die onze leerlingen op school en nieuwkomers in onze inburgeringscursus moeten kennen.” Maar bij de linkerzijde in Vlaanderen is men als de dood voor het idee. Ook de linksprogressieve auteur Tom Lanoye denkt er zo over. Volgens de artiest is zo’n canon immers “altijd een exclusiviteit, een uitstotings­verschijnsel” en zelfs “op de rand van het fascisme”. Dat zegt hij aan VRT NWS.

‘Maar wat is die Vlaamse cultuur dan? Frieten en stoofvlees?’ Het is een gekende boutade van linksgezinde anti-nationalisten aan het adres van flaminganten. Maar nu N-VA met de startnota van informateur Bart De Wever en het daarin voorgestelde ‘canon’ aanstalten wil maken om die Vlaamse cultuur eindelijk deels te codificeren, staat geheel links ‘culturo’-Vlaanderen op haar achterste poten. Auteur Tom Lanoye maakt zelfs de vergelijking met het fascisme en Sovjetdictator Jozef Stalin, verantwoordelijk voor circa 23 miljoen doden.

N-VA wil een “een exclusiviteit, een uitstotings­verschijnsel” opdringen, zegt Lanoye

Allereerst liet Lanoye weten dat hij niet tegen een canon op zich is, of beter: ‘lijstjes’. “Het zijn twee discussies. Je hebt de canon, wat ik een verschrikkelijk woord vind, en je hebt het gebruik en vooral het misbruik van de canon”, zo zegt hij in een monoloog zonder kritische vragen aan VRT NWS. “Als een canon wordt misbruikt om mensen uit te sluiten, wat zo zal zijn, en de niet-kennis ervan wordt bestraft, dan zit je met een politiek gebruik van kunst.”

Want ook al is die canon van De Wever nog niet gemaakt, de auteur van onder meer ‘Het goddelijke monster’ weet al zeker dat het een politiek instrument zal worden om mensen uit te sluiten. “Politici schrijven kunst voor met de bedoeling een identiteitskaart te maken op basis waarvan ze mensen kunnen uitsluiten. Telkens politiek zich met identiteitsbepaling moeit, gaat het om de kwestie van zuiverheid en wie het niet is. Het is altijd een exclusiviteit, een uitstotings­verschijnsel”, aldus nog de artiest. En “als je kunst in een politiek keurslijf steekt, zit je op de rand van het fascisme. Jozef Stalin zei: ‘Kunstenaars moeten de ingenieurs van de ziel zijn’.”

(Lees verder onder de tweet.)

“Gaan we vragen aan buitenlanders wat meeste Vlamingen zelf niet kunnen?”

Lanoye besluit met te stellen dat de kennis van onze cultuur vooral bij de Vlamingen moet bijgespijkerd moet worden, maar dat je zoiets niet kan vragen aan nieuwkomers. “Geheugen, daarover moet het gaan. We moeten ons geheugen herstellen. De Vlamingen hebben wat dat betreft heel wat hiaten. We gaan toch niet aan buitenstaanders vragen dat zij zich moeten bekwamen in wat de meeste Vlamingen zelf niet kunnen opsommen?” Ook via het VRT-journaal en Radio 1 liet Lanoye een gelijkaardige boodschap weten. Dit naar aanleiding van zijn nieuwste toneelstuk ‘Wie is bang’, losjes gebaseerd op het Amerikaanse theaterstuk ‘Who’s afraid of Virginia Woolf?’

Gelijktijdig met Lanoye’s uitval, nam oud-Kamervoorzitter Siegfried Bracke (N-VA) – die sinds zijn niet-verkiezing in mei “een vrij mens [is] en niet meer [spreekt] namens de N-VA” maandag het nog op voor het idee van de canon in Humo: “Ik heb me vreselijk opgewonden over de bekrompen reacties op het voorstel van Bart De Weverom zo’n canon te introduceren in het onderwijs. Waarom mogen jongeren die prachtige teksten niet leren kennen?”, zo luidde het. “Met zo’n canon stel je de leerstof weer centraal. De teneur in de startnota van Bart De Wever kun je samenvatten in één zin: ‘Weg met de middelmatigheid.’ Vlaanderen moet excelleren. […] Dat heeft niets te maken met misbruik van de geschiedenis.”