Met een voorstel voor “een Vlaamse canon […], een lijst van ankerpunten uit onze Vlaamse cultuur en geschiedenis, die Vlaanderen als Europese natie typeren en die onze leerlingen op school en nieuwkomers in onze inburgeringscursus moeten kennen”, hebben Bart De Wever en de N-VA de identitaire knuppel in het ‘progressieve’ hoenderhok gegooid. Al weken zijn de ‘culturo’-wereld en de linkerzijde licht, en vooral massaal, hysterisch. Een goed teken, schrijft SCEPTR-hoofdredacteur Jonas Naeyaert in zijn editoriaal.

De politici van Groen en co zijn tegen het idee. De opvoedende journalistieke kaste is tegen het idee. De door die journalisten gevenereerde artiesten zijn tegen het idee… Als zoveel van de juiste groepen zo snel in het harnas gejaagd zijn over een beleidsplan, dan moet het wel om een goed idee gaan. En ja, een Vlaamse canon is een prima idee.

‘Als ze geen cultuur hebben, laat ze dan stoofvlees eten’

‘Maar wat is die Vlaamse cultuur dan? Frieten en stoofvlees?’ Het is een gekende boutade van de weldenkende anti-nationalist. De retorische spotvraag werd onlangs nog in een Humo-‘reportage’ gebruikt om tieners belachelijk te maken die een Vlaamse leeuw uithingen op Pukkelpop. Met het te verwachten gebrek aan duidelijk antwoord als men een nietsvermoedende Jan met de vlag een micro onder de neus duwt, wil men aantonen dat er helemaal geen Vlaamse identiteit is. Of dat het gaat om een politieke, malafide constructie waarin enkel idiote neanderthalers trappen. Maar, die arrogante laatdunkendheid ten aanzien van het ‘gepeupel’ ten spijt, is het wel vaker zoals wijlen Kenneth Clark (BCC) liet begrijpen in 1969: “What is civilisation? I don’t know. […] But I think I can recognize it when I see it. And I’m looking at it now”, zo zei Clark iconisch, poserend voor de toen nog intacte Notre-Dame-kathedraal in Parijs.

Maar nu N-VA echter aanstalten maakt om onze Europese en Vlaamse identiteit, die de meeste mensen instinctief wél aanvoelen, ook concreter te codificeren in een canon, is de linkse goegemeente in een collectieve kramp geschoten. De laatsten in de verzuurde reeks zijn auteur Tom Lanoye en Humo-huisfeministe Heleen Debruyne. Zij vindt zo’n canon “nogal eng”, maar vooral “komisch”, want waarom zouden “jongeren in deze tijden van YouTube, TikTok en klimaatmarsen” een “trots gevoel van collectieve identiteit” willen? Lachwekkend, niet waar? “Het is bijna ontroerend”, zo besluit Debruyne, die in haar bubbel klaarblijkelijk de jeugdige en uitdrukkelijk Vlaamse meme-generatie gemist heeft. Lanoye doet er dan weer een schepje bovenop en gebruikt de klassieke ‘reductio ad hitlerum’. Zo’n canon is “op de rand van het fascisme”, zo zegt aspirant-politicoloog Lanoye. Even later wordt zelfs Jozef Stalin erbij gesleurd. Er is een dunne grens tussen een cultuur proberen ijken en massamoord, weet u wel. Moest ik niet beter weten, ik zou denken dat Lanoye gewoon schrik heeft om niet in die Vlaamse canon te worden opgenomen.

Knoop het dus in je oren, Vlaamse holbewoner. Identiteit en trots zijn slecht en eng. En een canon, die die identiteit ijkpunten geeft, is bekrompen. En fascistisch. En stalinistisch. En heel gemeen!

(Lees verder onder de video.)

Inhoud niet beschikbaar.
Accepteer cookies door op Accepteren in de banner te klikken

Een canon is geen instrument van uitsluiting, maar kan net een instrument zijn voor integratie

De waarheid is echter dat ook Lanoye, Debruyne en co, ondanks hun zelfhaat, evenzeer Vlamingen zijn. Niemand is immers een eiland, maar in tegendeel het product van zijn omgeving, erfgoed en geschiedenis. Die van ons is omkaderd, net als het gros van Europa, door christelijke waarden, Greco-Romeins denken en nalatenschap, en de Verlichting. Het is in dat kader dat we Vlamingen vinden, met hun typische eigenschappen. Die beginnen met de Nederlandse taal, maar gaan verder met de producten van die taal, onze omgangsvormen, werk- en eetgewoontes enzoverder. Het is de taak van De Wevers canon om dit wat meer vatbaar (en meer overleverbaar) te maken dan hier net beschreven.

Ook Lanoye, Debruyne en co, ondanks hun zelfhaat, zijn Vlamingen.

Zo’n canon, die men in Nederland overigens al sinds 2006 hanteert, kan dan werken als een identitair kompas naar een holistische Gemeinschaft in plaats van een geatomiseerde Gesellschaft waarin we allen gewoon een schrale som zijn van individuen. Een kompas dat kan dienen voor jonge Vlaamse geesten, maar ook voor welwillende nieuwkomers die zo tenminste een idee hebben over waar ze zich in moeten integreren. Samen thuis in Vlaanderen. Mooi, toch?

‘Bien étonnés de se trouver ensemble’: De strijd tegen identiteit (en de canon) maakt onwaarschijnlijke bedpartners

“Want waarom zouden onze jongeren [en migranten] die prachtige teksten” en ideeën niet mogen meekrijgen, zo vroeg ook Siegfried Bracke zich maandag af in Humo. Laat mij toe te antwoorden. Omdat onthechting, waarbij we allen weinig of niets gemeenschappelijk hebben, het perfide gedeelde doel is van zowel commerciële belangen die globale consumenten verkiezen boven nationale burgers, en een kliek van progressieve kosmopolieten die alleen zo hun verzonnen en geconstrueerde waan van ‘iedereen wereldburger’ kunnen voortbrengen.

‘De mensheid’ is niet meer dan een biologische categorie.

‘We zijn allemaal mens’, luidt het aldaar. Maar ‘de mensheid’ is niet meer dan een biologische categorie. Daaruit kunnen weliswaar zogenaamde mensenrechten voortkomen, maar het is geen geschikt criterium om verregaande politieke samenwerkingen uit te bouwen, laat staan ‘burgerschap’, wat een staat impliceert. Een staat is op zijn beurt de politieke veruitwendiging van een collectief, een gemeenschap. Die natiestaat die daaruit wordt gesynthetiseerd is het ideale instrument om de onzekerheid van het globalisme en de eraan gerelateerde storm die er zit aan te komen, te doorstaan. En ja, mogen we het nog zeggen: Die gemeenschap heeft bepaalde – ook culturele – grenzen. Linkse traantjes zullen en mogen die niet vervagen.