Toen de Zweedse coalitie in oktober 2014 zichzelf op gang trok, ambieerde ze een ‘sociaal-economische herstelregering’ te zijn. De focus lag op “jobs, jobs, jobs”, dixit Charles Michel (MR). Er kwamen 220.000 jobs bij. De wettelijke pensioenleeftijd gaat omhoog naar 67 tegen 2030. De economie groeide. Via een indexsprong verbeterde onze competitiviteit met het buitenland en er viel zowaar een belastingverlaging te noteren. De ambitie was om tegen 2018 een begroting in evenwicht voor te stellen. Nochtans koos geen van de regeringspartijen ervoor om met haar economisch rapport richting verkiezingen te trekken. En toen kwam deze zomer als een donderslag bij heldere hemel het bericht: België dreigt in 2019 af te stevenen op een structureel begrotingstekort van 1,5% van het bruto binnenlands product (bbp). Zo’n 7,2 miljard euro in het rood dus. Waar zijn we de draad verloren?

Enerzijds hapert er heel wat aan de inkomstenzijde van Vadertje Staat. Economische groei genereert extra belastingen, maar de lange termijngroei schommelt vandaag rond 1%, waar dit rond 2000 nog op 2% zat. De gebrekkige overheidsinvesteringen in verkeersinfrastructuur, onderwijs en innovatie beginnen zich te wreken. Maar ook de hoge inactiviteit in Wallonië en Brussel speelt de begroting parten. In België werkt 70% van de bevolking tussen 15 en 64 jaar. In Vlaanderen is dat 76%, in Wallonië en Brussel resp. 63% en 61%. Dat zijn allemaal verloren inkomsten (belastingen en sociale zekerheid) en onder andere oorzaak van de enorme transferten van Vlaanderen richting Brussel en Wallonië.

En net zoals de vorige federale regeringen kwam ook de regering-Michel met enkele eenmalige ingrepen: die smukken de huidige begroting weliswaar op, maar leggen tegelijk een hypotheek op de toekomstige inkomsten. Het beruchtste voorbeeld is de hogere voorafbetaling op de vennootschapsbelasting.

Veel bedrijven betaalden vorig jaar al hun belastingen voor 2019, zodat de inkomsten in 2019 zullen verminderen. In de voorbije jaren zakte de fiscale druk licht: van 45,1 naar 43,6 % van het bbp. Toch lijkt de oplossing niet meteen in extra belastingen. België behoort inzake al tot de absolute fiscale top in Europa. Extra belastingen dreigen de economie verder te versmachten.

Hoge overheidsuitgaven ondergraven noodzakelijke investeringen

Anderzijds is er de uitgavenkant. Het is pijnlijk dat al sinds begin deze eeuw structurele maatregelen uitblijven om de uitgaven onder controle te houden. Het is immers geen geheim dat heel wat overheidsuitgaven vastliggen (sociale uitgaven, lonen ambtenaren,…). Vandaar zou de focus moeten liggen op inspanningen voor de lange termijn. De vergrijzing en de federale hervorming van het land zijn hiervan twee voorbeelden.

Het strenger regime voor brugpensioen heeft slechts een beperkte impact op de vergrijzingsfactuur. Daarnaast hebben de deelstaten nog onvoldoende incentive om zuinig te regeren, gezien de beperkte fiscale autonomie. Tussen 2007 en 2017 bedroeg de gemiddelde jaarlijkse groei van de primaire uitgaven, na correctie voor inflatie, nog 2,1 procent. Voor de eurozone was het gemiddelde 1,2 procent per jaar. Het lijkt alsof er in België een gewenning en berusting plaatsvindt inzake onze deficit.

(Lees verder onder de tweet.)

Met zijn economische staat van dienst hoort Vlaanderen zich te spiegelen aan landen als Nederland, Oostenrijk en Duitsland die hun overheidsschuld in sneltempo afbouwen. Duitsland en Nederland doken eind vorig jaar onder de Maastrichtnorm, zijnde een overheidsschuld van maximum 60% van het bbp. België schoot daarentegen het voorbije jaar terug boven de 100%. Een hoge overheidsschuld dwingt niet alleen – meer dan andere landen – ooit de tering naar de nering te zetten. Intussen loopt men het risico dat bij ‘normale’ rentevoeten van 4% of meer het begrotingstekort verder wordt uitgediept.

Als klap op de vuurpijl verhinderen de hoge overheidsuitgaven dat er voldoende middelen overblijven om te investeren. Het voorbije decennium restte slechts 2% van het bbp voor projecten zoals verkeersinfrastructuur, de helft van het budget pakweg een halve eeuw geleden. Een tijdje kan men op zijn lauweren rusten, maar ooit zal budgettaire ruimte moeten komen om onze economische toekomst veilig te stellen. Het immense fileprobleem toont aan dat de tijd dringt. Hoe snel een nieuwe federale regering gevormd wordt is niet zozeer van belang. Het is echter prioritair dat die bewindsploeg voldoende moed en doorzettingsvermogen heeft om eindelijk weg te raken uit de achterhoede van het Europese budgettaire peloton.