De leiders van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) en het vluchtelingenagentschap van de VN willen dat de migranten die in Libië worden vastgehouden worden vrijgelaten en door andere landen worden opgenomen. Ook willen de twee organisaties dat migranten niet langer teruggestuurd worden naar Libië en dat NGO-schepen vrij kunnen opereren in de Middellandse Zee. Dat staat te lezen in een gezamenlijke verklaring.

In een gezamenlijke verklaring vragen de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de VN Filippo Grandi en directeur van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) Antonio Vitorino dat “5.600 vluchtelingen en migranten die momenteel in centra in Libië worden vastgehouden, op een ordelijke manier moeten worden vrijgelaten en dat hun bescherming gewaarborgd moet zijn”. Als dat niet kan, moeten ze “geëvacueerd worden naar andere landen waar een versnelde hervestiging nodig is”.

Einde maken aan ‘push-backs’

De oproep volgt op de luchtaanval op een migrantencentrum in Tadzjoera nabij Tripoli in Libië. Daarbij kwam meer dan 50 migranten om het leven. De twee organisaties dringen erop aan dat “landen met meer evacuatie- en hervestigingsplaatsen naar voren moeten komen”.

Er wordt evenwel om meer middelen gevraagd om migranten die naar huis willen terugkeren, in staat te stellen dit te doen. In de verklaring wordt gewag gemaakt van 50.000 vluchtelingen die in Libië wonen, naast een 800.000-tal migranten.

De VN en de IOM vinden ook dat NGO-schepen “niet gestraft mogen worden voor het redden van levens op zee”. Ook willen de twee organisaties geen ‘push-backs’ meer naar Libië. “Commerciële schepen mogen niet worden ingezet om geredde passagiers terug te brengen naar Libië”, klinkt het.

ADVERTENTIE