Federaal parlementslid Dries Van Langenhove heeft vandaag voor ophef gezorgd in de Kamercommissie Binnenlandse Zaken toen hij minister van Binnenlandse Zaken Pieter De Crem (CD&V) een vraag stelde over zwembadterreur. Van Langenhove verweet De Crem de olifant in de kamer, allochtone jongeren, niet te durven benoemen, maar die pikte die kritiek niet zomaar. Dat meldt Belga.

Zwembadterreur is actueler dan ooit. De afgelopen weken werden zwembaden in onder meer Oostende Gent, Beveren, Kortrijk, Hofstade en Terneuzen geconfronteerd met amokmakers. Veelal gaat het om jongeren van buitenlandse origine die vanuit Brussel afzakken naar lokale zwemfaciliteiten om er andere badgasten lastig te vallen, meisjes aan te randen of dingen te vernielen.

Olifant in de kamer

Dries Van Langenhove, onafhankelijk Kamerlid voor Vlaams Belang, zetelde vandaag voor het eerst in de Commissie Binnenlandse Zaken en voelde minister van Binnenlandse Zaken Pieter De Crem (CD&V) daarin aan de tand omtrent het fenomeen. Van Langenhove vroeg minister De Crem hoe het komt dat we nog altijd met het probleem, dat al jaren aansleept, geconfronteerd worden en welke maatregelen hiertegen genomen kunnen worden.

De Crem veroordeelde elk soort overlast “op plaatsen die een oase van rust en ontspanning zouden moeten zijn” maar benadrukte dat zwembaden private bewaking kunnen inzetten. Zij mogen toegangscontroles uitvoeren en mensen vasthouden tot de politie ter plaatse komt. Daarnaast kan er ook gewerkt worden met zogenaamde zwarte lijsten en plaatsverboden, zoals onlangs in Oostende werd aangekondigd.

Na het antwoord van De Crem verweet Van Langenhove hem “de olifant in de kamer” niet te durven benoemen. Zo negeert De Crem het feit dat het telkens om jongeren van buitenlandse origine gaat en kijkt hij te makkelijk naar lokale uitbaters, aldus Van Langenhove. Daarbij wees hij ook naar het “gefaalde veiligheids- en migratiebeleid”. De Crem pikte die kritiek niet en diende Van Langenhove van antwoord. “U mag dit doen op een partijcongres, maar niet hier in de commissie.”

ADVERTENTIE