Johan Vande Lanotte (sp.a) en Didier Reynders (MR) blijven belast met hun informatieopdracht, zo weet VRT NWS. Volgens de twee informateurs “[beseffen] de verschillende gesprekspartners dat een herhaling van 2010 en 2011 niet mogelijk is”. De vraag is – en blijft – echter welke opties er mogelijk zijn, gelet op de weigering van de PS om met de N-VA te spreken.

De huidige, ontslagnemende, minderheidsregering van premier Charles Michel (MR) heeft geen meerderheid. Ook met de N-VA en het cdH is er geen meerderheid voor handen. Dit kan volgens formateurs Vande Lanotte en Reynders een risico vormen wanneer er zich bijvoorbeeld een harde brexit – die heel wat ‘noodwetgeving’ vereist – voordoet. Daarnaast moet er ook een begroting worden opgemaakt, iets wat volgens Vande Lanotte “met een minderheid in het parlement […] geen evidentie [is]”

De kans dat België tegen oktober een nieuwe regering heeft schat Reynders, laconiek, in tussen de 1 en 10 op 10. “Het zal kwestie zijn van genoeg water te hebben als het paard wil drinken, want de tocht kan ver zijn”, klonk het bij Vande Lanotte volgens VRT NWS.

 Kritiek op functioneren informateurs

Eerder waren er geruchten dat Vande Lanotte en Reynders hun opdracht – door een gebrek aan resultaten – zouden teruggeven. Maandag bleek evenwel dat de koning hun opdracht, op het verzoek van de socialist en de liberaal, verlengde. Over het functioneren van de informateurs, die niet met het Vlaams Belang en de PVDA spraken, bestaat bij die twee partijen al lang onvrede.

“Men vraagt zich af op welke planeet deze beide heren eigenlijk leven”, citeert VRT NWS Vlaams Belang-Kamerfractieleider Barbara Pas. Vlaams Belang is van mening dat België “met het huidige institutionele kader niet meer te besturen valt, ten minste als men de resultaten van de stembusuitslag in beide delen van het land wil respecteren.” Hangt het van de rechts-nationalisten af, dan krijgen Vlaanderen en Wallonië meer beleidsvrijheid.

“We hebben met iedereen gesproken die een rol kan spelen”, reageert Reynders op die kritiek. Daarbij hielden de formateurs “rekening […] met de houding van de verschillende partijen tegenover elkaar”.