In 2018 heeft de Vlaamse Vervoersmaatschappij De Lijn 200.015 ritten afgeschaft. Dat blijkt uit cijfers die De Lijn zelf vrijgaf en zo rapporteert De Tijd. Stakingen blijft de belangrijkste oorzaak om ritten af te schaffen, maar ook het groeiend tekort aan chauffeurs is een verklarende factor. De Lijn benadrukt echter dat het aantal afgeschafte ritten maar een kleine fractie is van het totale aantal gereden ritten.

Net iets meer dan 200.000 ritten werden vorig jaar afgeschaft voor allerlei redenen. Met zo’n 127.000 afgeschafte ritten blijven de vele stakingen bij De Lijn nog steeds de belangrijkste aanleiding om een rit te annuleren. Verder leggen de cijfers nog een ander nijpend probleem bloot: Het groeiend tekort aan chauffeurs. Om die reden schafte de Vlaamse Vervoersmaatschappij vorig jaar 39.715 ritten af. Chauffeur bij De Lijn blijft met andere woorden een knelpuntberoep en dat zal volgens De Tijd niet snel veranderen. Zo is vandaag één op de drie chauffeurs ouder dan 50 en dus bijna op pensioengerechtigde leeftijd.

Verdubbeling ten opzichte van 2017

Ondanks de versoepelingen die het bedrijf de laatste jaren doorvoerde in haar aanwervingsbeleid – gaande van taalvereisten tot opleidingen voor het benodigde rijbewijs – bleven in 2018 nog 153 vacatures voor chauffeur open. Gevolg daarvan is evenwel dat het aantal door personeelstekort geannuleerde ritten verdubbelde ten opzichte van 2017. Het totaal aantal afgeschafte ritten is over een periode van vijf jaar maar liefst vervijfvoudigd. De Lijn zou nu zelfs bruggepensioneerden deeltijds als chauffeur willen gaan inzetten.

Het een en ander heeft ook te maken met de sterke concurrentie in Brussel van de MIVB. Die laatste zag in 2018 wel al haar vacatures voor chauffeurs ingevuld worden. De Lijn blijft, ondanks de negatieve trend in de cijfers, evenwel hoopvol. Dit jaar zijn al 250 mensen begonnen als chauffeur en nog eens 300 wachten om aangeworven te worden. “Aanwerving en opleiding vragen echter tijd, waardoor de extra chauffeurs niet altijd meteen merkbaar zijn”, verduidelijkt de woordvoerster van De Lijn.