Branden hebben zware schade aangericht in christelijke Aramese dorpen in het zuidoosten van Turkije. De lokale gemeenschap beschuldigt de Turkse overheid van zware nalatigheid. Dat schrijft Bianet.

Afgelopen weekend richtten branden zware schade aan in zes Aramese dorpen in de Turkse provincie Mardin. Al de zes dorpen – Elbeğendi, Güzelsu, Dibek, Üçköy, Üçyol en Dağiçiçi – worden bevolkt door Oosterse christenen. Ook het eeuwenoude Mor Hananyoklooster werd getroffen.  Volgens sommigen in de lokale gemeenschap is sprake van sabotage, of op zijn minst ernstige nalatigheid vanwege de overheid.

“Ernstige nalatigheid”

“Zelfs als er geen sabotage is, is er sprake van ernstige nalatigheid. Jarenlang is er brand uitgebroken door ‘transformatoren’ en er wordt niets gedaan”, zegt Aramees parlementslid Tuma Çelik (HDP) tegen Bianet. Çelik geeft aan in het verleden al parlementaire vragen gesteld te hebben over de branden, maar nooit antwoord te hebben ontvangen.

“Dit is een bergachtig en bebost gebied. En er is veel gras. Zelfs na de geringste vonk is de plaats moeilijk te bereiken. Helaas maakt de staat geen gebruik van helikopters”, aldus Çelik. “Er ontstaat telkens weer grote schade aan de natuur.”

“Zowel dieren als de biologische diversiteit lijden schade. Ook al is er geen sprake van sabotage, toch breken er elektrische palen of draden en breken er branden uit. Er ontstaat kortsluiting en er breken branden uit. Elke keer is er een probleem met de transformatoren”, klinkt het. “Nu wordt het onmogelijk om dit een ongeval te noemen. Er worden nooit maatregelen getroffen.”

Çelik wijst op de materiële schade. “Mensen kunnen zo gemakkelijk de vrucht van een jaar arbeid verliezen”, zegt het parlementslid. “Er moet een permanente oplossing worden gevonden en de voorwaarden moeten worden geschapen om de branden in de regio snel te kunnen blussen”.

“Onderzoeken wat er werkelijk gebeurd is”

“De gendarmerie en veiligheidstroepen onderzoeken het incident, we willen weten wat er werkelijk gebeurd is. “De ambtenaren moeten vooral de problematische elektrische leidingen rond de berg Bagok repareren. Het moet dringend worden beveiligd. Er kunnen nog verschrikkelijkere dingen gebeuren”, zegt Evgil Türker van SÜDEF.

Ook de ‘European Syriac Union’ vraagt om een onderzoek naar de branden. “Het is belangrijk dat de burgers die schade hebben geleden, door de staat worden gesteund”, klinkt het.

Reactie Vlaamse Midden-Oosterse christen

Ook de Vlaams-Chaldeeuwse activist, Jakob Kurum, woonachtig in Mechelen waar veel Oosterse christenen wonen reageert geschokt. “Er is een georganiseerde aanval bezig op de Midden-Oosten christenen uit Turkije”, aldus Kurum aan SCEPTR. “Opnieuw worden zij bedreigd hun woongebieden te verlaten! De laatste weken worden de christenen systematisch aangevallen door brandstichting, berovingen en dreigingen […] Recent zijn er nog explosieven geplaatst tussen twee Aramese dorpen genaamd Saré en Bsorino, het grondgebied van de eeuwenoude klooster Deyrulzafaran [Mor Hananyo] in Mardin. Deze zijn in de nacht van 27 juli in brand gestoken terwijl de Turkse autoriteiten bleven toekijken. Men probeert de laatste christenen te verjagen; Arameeërs, Assyriërs, Chaldeeërs […] Ik roep de Belgische politiek dan ook vriendelijk op om dit te veroordelen, specifiek degenen die hier druk kunnen uitoefenen op de Turkse regering.”