Boven de gemiddelde Vlaamse gemeente hangt, althans volgens De Morgen, een (financieel) zwaard van Damocles. De reden? Gemeenten staan zelf in voor de pensioenen van hun statutaire ambtenaren, iets waar men komende legislatuur de rekening van krijgt. In totaal zullen alle Vlaamse gemeenten zo’n 600 miljoen euro extra moeten zoeken.

Een studie van Belfius maakt duidelijk dat verschillende gemeenten weinig marge hebben om te investeren in bijvoorbeeld nieuwe wegen of parken. De reden? Gemeenten moeten zelf opdraaien voor de pensioenen van hun vastbenoemde ambtenaren. Doordat er verschillende ambtenaren afzwaaien en er minder statutairen worden benoemd die bijdragen aan de pot, stijgt de factuur.

Vorige legislatuur moest (al) de helft van de gemeenten bijspringen om de ambtenarenpensioenen te betalen. Eind deze legislatuur zullen, volgens De Morgen, alle gemeenten naar extra middelen op zoek moeten.

Minder geld voor infrastructuur

Doordat de gemeenten meer middelen moeten aanwenden om de ambtenarenpensioenen te kunnen financieren, worden grote bouw- en vernieuwingsprojecten moeilijk. Die investeringen zijn, volgens Belfius, evenwel noodzakelijk om de gemeenten voor te bereiden op de toekomst. Zo moeten er nieuwe fietspaden worden aangelegd en de gebouwen – in het licht van de klimaatuitdagingen – worden geïsoleerd.

“Als de federale en Vlaamse overheid niet met een oplossing komen, hebben wij tegen het einde van de bestuursperiode geen geld meer voor een normale exploitatie van de gemeente”, laat Turnhouts schepen van Financiën Francis Stijnen (CD&V) tegenover De Standaard optekenen.