In Denemarken worden de sociaal-democraten de grootste partij van het land. De partij pakte deze verkiezingen uit met rechtse migratiestandpunten. De rechtsnationalistische Deense Volkspartij krijgt zware klappen. 

Het ziet er naar uit dat de Deense sociaal-democraten het land de komende jaren zullen besturen. De partij haalt onder leiding van Mette Frederiksen 25,9 procent van de stemmen en eist de overwinning op. De liberalen van premier Lars Løkke Rasmussen gaan er ook op vooruit en halen 23,4 procent, maar blijven dus wel kleiner dan de sociaal-democraten.

Rechts migratieverhaal

De rechtsnationalistische Deense Volkspartij krijgt zware klappen en haalt 8,7 procent, het slechtste resultaat in bijna twintig jaar. Het linkse ‘rode blok’ onder leiding van de sociaal-democraten rijft in totaal 91 zetels binnen, het centrumrechtse ‘blauwe blok’ onder leiding van de liberalen komt uit op 75 zetels.

Een mogelijke verklaring voor de overwinning van de sociaal-democraten is het feit dat de partij de laatste jaren een uitgesproken migratiekritische koers vaart. Zo steunden de sociaaldemocraten vanuit de oppositie steevast strenge integratie- en migratiewetten van de centrumrechtse regering.

De sociaaldemocraten treden rechts bij als zij stellen dat die maatregelen broodnodig zijn om de gulle Deense sociale zekerheid te beschermen. De verzorgingsstaat staat in Denemarken onder zware druk. Ondertussen kreeg de Deense Volkspartij deze verkiezingen te maken met concurrentie op de rechterflank van nieuwe partijen, wat hen mogelijk kiezers heeft gekost.

Minderheidsregering

Frederiksen zegt dat ze van plan is een minderheidsregering te vormen met gedoogsteun van partijen uit het hele politieke spectrum. De migratiemaatregelen van de sociaal-democraten kunnen immers niet op unanieme steun rekenen van de linkse bondgenoten van de partij. Frederiksen heeft ook een aanbod van Rasmussen, om toe te treden tot een ‘grote coalitie’ met de liberalen, verworpen.

ADVERTENTIE