Een niet-begeleide minderjarige asielzoeker kan niet zomaar uit een opvangcentrum gezet worden, ook al is die persoon gewelddadig. Dat zegt de advocaat-generaal van het Europees Hof van Justitie en brengt BELGA. Hij zegt dat naar aanleiding van een zaak rond Zubair H., een Afghaanse asielzoeker die in het centrum van Broechem in 2016 aan de deur werd gezet na gewelddaden.

Zubhair H. diende in 2015 een asielverzoek in. Een jaar later werd hij echter buitengezet uit het asielcentrum van Broechem (Ranst), na zijn betrokkenheid bij gewelddadige conflicten tussen bewoners van verschillende etnische afkomst. Maar dat mocht niet, zo oordeelt advocaat-generaal bij het Europees Hof Manuel Campos Sánchez-Bordona vandaag.

Zubhair heeft nog geen schadevergoeding gekregen, maar krijgt duw in de rug van Europees Hof van Justitie

Zubhair werd na afloop van de feiten even administratief aangehouden. Hierna werd hij vrijgelaten, maar de directeur van het opvangcentrum vond een eigen sanctie passend en zette de jonge asielzoeker daarom op straat. Hierbij werd hij uitgesloten van de maaltijdbedeling, kon hij ook geen kledij meer krijgen via het centrum en mocht hij niet langer deelnemen aan activiteiten. Directeur-generaal Jean-Pierre Luxen van het Federaal agentschap voor de opvang van asielzoekers (Fedasil) zou de sanctie bevestigen.

Na een poos aan te sluiten bij de grote groep illegalen in het Maximiliaanpark zou de jongeman in het opvangcentrum van Poelkapelle terechtkomen. Via een voogd werd dan een klacht ingediend tegen de uitsluiting in het centrum in Ranst, teneinde een schadevergoeding te bekomen. Deze zaak loopt thans nog in het Brusselse arbeidshof, maar die rechtbank vroeg het Europees Hof van Justitie om een advies.

De advocaat-generaal bij het Hof heeft hier rond verteld dat opvangvoorzieningen voor niet-begeleide minderjarigen pas kunnen ingetrokken als de kinderbescherming-instanties ook zijn ingeschakeld. “Die zijn het best in staat om de specifieke behoeften van de minderjarige te beoordelen”, zo vindt men. Advocaat-generaal Sanchez-Bordona wijst hierbij op het beginsel van de zorgcontinuïteit en in deze zou de kinderbescherming hulpmaatregelen kunnen opleggen “die moeten worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel in een passende woonvoorziening”.

ADVERTENTIE