Eind mei heeft de Belgische ambassade in de Chinese hoofdstad Beijing de Chinese politie gevraagd om een Oeigoers gezin, dat daar asiel aanvroeg, uit het ambassadegebouw te verwijderen. Sindsdien ontbreekt elk spoor. Volgens het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken kan België het zich niet veroorloven om China voor het hoofd te stoten. Dat schrijft het Amerikaanse nieuwsmedium Foreign Policy. De Oeigoeren zijn een moslimvolk uit de Chinese regio Xinjiang. Meer dan een miljoen van hen worden vastgehouden in zogenaamde ‘heropvoedingskampen’.

Sinds 2017 werden zo’n 1,5 miljoen mensen, voornamelijk Oeigoerse moslims, vastgehouden in ‘heropvoedingskampen’ in de Chinese regio Xinjiang. De Chinese communistische overheid probeert de Oeigoerse cultuur en religie systematisch te onderdrukken. Volgens de Chinese overheid dienen de kampen om terrorisme en extremisme te bestrijden.

Reis naar Beijing

De zaak begint als Ablimit Tursun uit Urumqi in Xinjiang op zakenreis gaat naar Turkije. Daar werd hij op de hoogte gebracht dat zijn broer gearresteerd was door de Chinese autoriteiten. Aangezien buitenlandse reizen vaak door de Chinese autoriteiten als voorwendsel gebruikt worden om Oeigoeren vast te zetten, besluit hij niet terug te keren.

Daarop vluchtte Tursun naar België, waar hij in 2018 asiel krijgt. Hier vraagt hij ook een Belgisch visum voor gezinshereniging aan, voor zijn vrouw en vier minderjarige kinderen. In de visumaanvraag werd aangedrongen op discretie. De situatie van het gezin werd als kritiek omschreven. Oeigoeren die buiten de regio Xinjiang reizen worden door de Chinese overheid als verdacht beschouw en kunnen worden vastgehouden. Toch dringt de ambassade erop aan dat het gezin twee maal naar de Chinese hoofdstad Beijing reist.

Wureyetiguli Abula, de vrouw van Tursun reist op 26 mei voor de tweede keer stiekem met haar kinderen naar Beijing om de visumaanvraag in te vullen. Het kopen van vliegtickets en het boeken van het hotel verloopt via tussenpersonen. De politie klopte minder na een uur na hun aankomst aan in het hotel waar ze verblijven. De daaropvolgende avond werden ze opnieuw door de politie geïntimideerd en aangespoord om terug te keren naar Xinjiang.

Elk spoor ontbreekt

Op de Belgische ambassade kreeg Abula te horen dat de behandeling van haar visum tot drie maanden kon duren. Het ambassadepersoneel raadde haar daarop aan om terug naar Xinjiang te reizen om daar de procedure af te wachten. Uiteindelijk zou de procedure slechts twee dagen in beslag nemen. Ondertussen weigerde de familie de ambassade te verlaten. Niet wetende dat zij twee dagen later hun visa zouden ontvangen sloegen zij in paniek, uit vrees in Xinjiang naar kampen gestuurd te worden.

Om 2 uur ‘s nachts belde de Belgische ambassade naar de Chinese politie om de familie te laten verwijderen. Deze maatregel wordt normaal enkel in uitzonderlijke omstandigheden toegepast. De familie weigerde daarop vrijwillig terug te keren naar Xinjiang. Eerst werden zij onder huisarrest geplaatst, een dag later werden ze meegenomen door de politie. Sindsdien ontbreekt elk spoor.

BuZa: “Verstandig om conflict met China te vermijden”

Volgens de auteurs van het artikel weigerde het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken – bevoegde minister Didier Reynders (MR) – om de zaak prioritair te behandelen omdat “het tonen van een expliciete bezorgdheid te veel druk op China zou uitoefenen”. Het zou verstandig zijn “voor een klein land als België” om te vermijden dat de zaak op een conflict met China zou uitdraaien.