Met het opstappen van de ministers van de nationaal-conservatieve FPÖ is de regeringscrisis in Oostenrijk compleet. Op maandagavond besloten de FPÖ-ministers collectief de regering te verlaten als reactie op het voorstel van kanselier Sebastian Kurz (ÖVP) om minister van Binnenlandse Zaken Herbert Kickl (FPÖ) de laan uit te sturen. Het besluit van Kurz moet in het licht gezien worden van de crisis ten gevolge van de omstreden ‘Ibiza-video’ van voormalig FPÖ-partijleider Heinz-Christian Strache. Kurz wordt verwacht een hervormd kabinet samen te stellen in de aanloop naar nieuwe verkiezingen in september.

Met het ontslag van de FPÖ-ministers lijkt het doek te vallen over de zogenaamde zwart-blauwe coalitie tussen de christendemocratische ÖVP en de rechtsconservatieve FPÖ. De drastische beslissing van de kleinere coalitiepartner is een gevolg van het voorstel van kanselier Sebastian Kurz (ÖVP) om Binnenlandminister van Herbert Kickl (FPÖ) te ontslaan. De beslissing is een gevolg van Kickls verdediging van een gelekte video, waarin voormalig partijvoorzitter Strache en voormalig fractiechef Johann Gudenus kennen te geven zich te willen laten omkopen bij toekenning van overheidscontracten.

Kickl beschreef de handelswijze van de ÖVP in de crisis als “machtsdronkenschap” en wordt in verband gebracht met een recente memo die het contact met mediakanalen die negatief berichten over het ministerie van Binnenlandse Zaken tot een minimum wil beperken. De onbuigzame houding van Kickl (FPÖ) vormde zo de aanleiding voor het voorstel van kanselier Kurz (ÖVP) en president Alexander Van Der Bellen (Groenen/onafhankelijk) om Kickl op straat te zetten. Kurz wil met dit ontslag voor een “volledige transparantie” en een “algehele opheldering” zorgen.

Oostenrijkse vaudeville ontspoorde snel en enigszins onverwacht

Het ontslag van Kickl (FPÖ) komt enigszins onverwacht, gezien kanselier Kurz (ÖVP) diezelfde middag nog in een persconferentie verklaarde Kickl te willen behouden als minister van Binnenlandse Zaken tot de nieuwe verkiezingen in de herfst van 2019. In een persconferentie van de FPÖ maakte de nieuwe FPÖ-voorzitter Norbert Hofer echter ook duidelijk dat een ontslag van Kickl zou leiden tot een onmiddellijk vertrek van de FPÖ uit de regering.

Kurz’ koerswijziging is in dit opzicht vermoedelijk een gevolg van een onderhoud met president Van der Bellen, die als president het recht bezit ministers te ontslaan. Maandagavond volgde het voorstel tot ontslag voor Kickl (FPÖ) van kanselier Kurz (ÖVP) en president Van der Bellen waarmee de regeringscrisis compleet werd.

De Oostenrijkse regeringscrisis leidt naar alle waarschijnlijkheid tot een overbruggingsregering waarbij de ministerposten van de FPÖ worden ingenomen door experten en hoge ambtenaren. Deze verrassende stap werd getroffen heeft tot doel de stabiliteit van het land niet in gevaar te brengen.

Valt ook Kurz zelf?

Toch kan ook deze technocratische oplossing de crisis niet bezweren. De sociaaldemocratische SPÖ pleit voor een algemene aflossing van de regering door een technocratisch kabinet in de periode tot de verkiezingen dit najaar. Partijvoorzitster Pamela Rendi-Wagner deed een oproep om stabiliteit en vertrouwen terug te brengen. Die oproep kan gelezen worden als een steunbetuiging aan het voorstel van de kleine lijst ‘Jetzt’, om op de volgende zitting van de Oostenrijkse ‘Nationalrat’ op 12 juni een motie van wantrouwen in te dienen tegen het kabinet-Kurz.

De FPÖ sluit niet uit deze motie te ondersteunen. Een motie van wantrouwen kan echter enkel een meerderheid halen indien ook de SPÖ zich bij het voorstel aansluit. In tegenstelling tot België, kent Oostenrijk op basis van Art. 17 B-VG ook een destructieve motie van wantrouwen, waarbij de regering tot ontslag gedwongen kan worden zonder een nieuwe kanselier voor te stellen. Het is echter nog onduidelijk of deze partijen ook een dergelijke motie verlangen.

Lees ook:

Oostenrijks vicepremier Strache onder vuur na gelekte video

Inhoud niet beschikbaar.
Accepteer cookies door op Accepteren in de banner te klikken

ADVERTENTIE