Steve B., de moordverdachte in de zaak rond de inmiddels dood aangetroffen Julie Van Espen, werd onlangs nog – in 2017 – veroordeeld voor verkrachting. Hij kreeg 4 jaar cel. De man ging echter in beroep, hetgeen nog steeds loopt, en de bevoegde correctionele rechter achtte het niet nodig om de onmiddelijke aanhouding te bevelen. Justitieminister Koen Geens (CD&V) viel ietwat uit de lucht omtrent de lange duur van de beroepsprocedure. Dat bleek maandagavond in Terzake.

Steve B. (39) blijkt een hardnekkige recidivist. In 2004 verkrachtte hij – destijds was hij dakloos – een vrouw van 58 die hem hielp en boterhammen wilde smeren. Hiernaast bleek Steve B. schuldig aan allerlei feiten zoals druggebruik, diefstal en bedreiging. In 2017 werd hij alweer schuldig bevonden aan een verkrachting, dit keer van zijn ex-vriendin. De man ging echter in beroep en werd niet onmiddelijk aangehouden. Dat bevestigde minister van Justitie Geens in Terzake maandagavond. Geens liet verder optekenen dat hij niet begreep waarom de beroepsprocedure zo aansleepte.

Minister bevoegd voor rechtsgang Geens: “Ik begrijp het ook niet”

Maar minister Geens vindt de moordzaak rond Julie Van Espen (23) geen aanleiding om justitie aan te pakken. Hij benadrukte meermaals dat hij als minister van Justitie het gerecht als onafhankelijke instantie zijn werk moet laten doen. Wel is hij dus “zeer verontrust” dat de zaak zo lang kon aanslepen in hoger beroep. “Indien er redenen zouden zijn waarom dat niet zou gemogen hebben, zou ik dat ten zeerste betreuren”.

“Ik begrijp dat ook niet”, zei Geens nog verder in Terzake over de trage rechtsgang. “Maar het is niet omdat ik het niet begrijp dat ik het in een rechtstaat niet moet aanvaarden als minister van Justitie”. Wel verwacht Geens nu een ‘discussie’ over de houding van het hof van beroep in Antwerpen. Nochtans zijn de redenen niet alleen goed gekend en heel courant, maar ligt een oorzaak ook in de organisatie van justitie. “[…] Zaken met aangehoudenen krijgen voorrang”, zo vertelt Jo Daenen, persmagistraat bij het hof van beroep.

“Bij zijn veroordeling in eerste aanleg werd zijn onmiddellijke aanhouding niet bevolen en daardoor werd de behandeling van zijn zaak minder dringend”, en dat komt ook omwille van het nijpende personeelstekort verheldert Daenen verder via Radio 1. “Op basis van de inhoud van de zaak was er ook geen enkele indicatie dat deze bij voorrang behandeld diende te worden boven alle andere zaken die nog hangende zijn.”

Lees ook:

Lichaam vermiste Julie gevonden: Verdachte gekend bij politie