Nadat in februari het laatste bolwerk van Islamitische Staat in Syrië was gevallen, lijkt het gevaar nog steeds niet geweken. De afgelopen twee dagen zouden IS-aanvallen het leven gekost hebben aan 60 soldaten van het Syrische leger en de geallieerde troepen. Het gaat om “de bloedigste aanslagen van de afgelopen tijd” volgens het Syrisch Observatorium voor de mensenrechten. Dat meldt Het Laatste Nieuws met informatie van BELGA. 

Baghouz was de laatste enclave waar IS-strijders zich konden verschansen, maar in februari toch gewonnen moesten geven. De meeste strijders die zich daar overgaven werden gevangen genomen door de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF). Men dacht dat hiermee de strijd nu eindelijk gewonnen was. Islamitische Staat bewijst nu echter het tegendeel door in de woestijn, in het oosten van de provincie Homs, aanvallen uit te voeren.

De aanvallen werden guerrillagewijs uitgevoerd en eisten vooral veel doden in de buurt van de historische stad Palmyra. Volgens het Observatorium verloren daar vijftien soldaten hun leven. Voorlopig werd ook gemeld dat er zich onder de doden vier hoge Syrische officieren bevinden. IS zelf heeft geringe verliezen geleden, met slechts zes dode jihadisten.

Internationale reactie op IS-aanvallen blijft voorlopig uit

Verder meldt Amaq, het informele persagentschap van ISIS, dat er nog eens twintig Syrische en geallieerde soldaten zijn gesneuveld in andere steden. Dit is echter nog niet bevestigd bij Syrische media. Een internationale reactie blijft nog uit.

Lees ook: 

Laatste bolwerk van IS in Syrië gevallen

Inhoud niet beschikbaar.
Accepteer cookies door op Accepteren in de banner te klikken