Zo’n 57 miljoen kiesgerechtigden trokken vandaag naar de stembus voor de Turkse gemeenteraadsverkiezingen. Dat meldt Het Laatste Nieuws. President Recep Tayyip Erdogan voerde de laatste weken een zeer agressieve campagne. En dat is wellicht nodig aangezien vele Turken misnoegd zijn over de sputterende economie. De uitslag kan de machtspositie van Erdogan niet rechtstreeks in gevaar brengen, maar is wel een graadmeter voor de komende presidents- en parlementsverkiezingen.

De keuze gaat deze zondag tussen de regeringspartij AKP van Erdogan, haar extreemrechtse coalitiepartner MHP, het centrumlinkse CHP van vader des vaderlands Kemal Atatürk, de pro-Koerdische HDP en de conservatieve Iyi-partij. Alle ogen zijn gericht op Istanbul en Ankara, waar de race tussen AKP en de oppositie in jaren niet meer zo spannend was, spannend genoeg voor Erdogan om de hoofdrol op te eisen en zijn campagne in eigen handen te nemen.

De lokale verkiezingen zijn dan ook een belangrijke graadmeter voor toekomstige parlements- en presidentsverkiezingen. En nu stemmenverlies lijden zou Erdogans regeringscoalitie van AKP en het met de Grijze Wolven verbonden MHP in gevaar kunnen brengen. Indien zijn partij slechter scoort dan in 2014 zou dat bovendien een stimulans betekenen voor de oppositie. Daarnaast zou het ook de critici binnen zijn eigen partij AKP en binnen de extreemrechtse coalitiepartner MHP munitie geven.

Aggressieve campagne

De Turkse president Erdogan was de afgelopen weken dan ook vastbesloten om deze verkiezingen te winnen. Hij voerde een enorm agressieve campagne en hield bijna dagelijks toespraken, soms zelfs acht per dag. De president was vaak urenlang op live-televisie te zien.

In die toespraken haalde hij buitengewoon fel uit naar de oppositie. Zijn politieke tegenstanders werden door hem afgeschilderd als landverraders, criminelen of terroristen. De stembusgang stelde hij voor als “een strijd voor de overleving of het verval van het land”. Ook het Westen was volgens de president al een even grote boosdoener:“Wij zijn moslims, en zij zijn de vijanden van de islam”, klonk het.

“Westen grootste boosdoener”

Volgens de president heerst in het Westen een sfeer van islamofobie die tot uiting kwam bij de aanslag op twee moskeeën in Nieuw-Zeeland. Die aanslag werd Erdogans centrale campagnethema:“Alle moslims, ons land, onze natie en ikzelf waren het doelwit.” Dagenlang werden op grote schermen tijdens zijn toespraken dan ook de gruwelijke beelden van de terreurdaad getoond, wat zelfs even leidde tot een diplomatische rel met Australië.

Uit opiniepeilingen kunnen we echter afleiden dat de gemiddelde Turk deze thema’s links laat liggen en meer bezorgd is over de recessie. De meeste mensen maken zich zorgen over de economie, iets waar de president de afgelopen weken net weinig over sprak. Al sinds eind 2018 kampt het land met een recessie en heeft de lira serieus aan waarde moeten inboeten. De inflatie van 20%, werkloosheid van 13% en hoge voedselprijzen zijn volgens Erdogan echter te wijten aan voedsel-terroristen en landverraders.”

Eerlijke verkiezingen?

Analisten betwijfelen of de verkiezingen vrij en eerlijk verlopen. Volgens de oppositie stonden er duizenden onbestaande kiezers in de kiesregisters. Oppositie-media meldden ook dat er al Koerdische HDP-politici zijn opgepakt. Erdogan beschuldigt de HDP ervan de verlengde arm te zijn van de verboden Koerdische Arbeiderspartij PKK. Hij heeft al laten aankondigen dat verkozen HDP-burgemeesters via een decreet kunnen worden afgezet.

Lees ook: 

Erdogan: “Dader Nieuw-Zeeland viseerde Turkije”

Inhoud niet beschikbaar.
Accepteer cookies door op Accepteren in de banner te klikken

Erdogan: “Inzet alle Turken nodig tegen aanval op economie”

Inhoud niet beschikbaar.
Accepteer cookies door op Accepteren in de banner te klikken

 

 

ADVERTENTIE