Het aantal Vlamingen dat bij het OCMW moest aankloppen nam de voorbije vijf jaar schrikbarend toe, zo bericht De Standaard. Terwijl in 2012 ‘maar’ 74.800 Vlamingen naar het OCMW stapten, deden vijf jaar later, in 2017, zo’n 97.139 landgenoten dit. 

Uit een rondvraag door de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) blijkt dat OCMW’s de voorbije vijf jaar steeds meer Vlamingen moesten ondersteunen. Ook werknemers – soms zelfs tweeverdieners – moesten een beroep doen op de overheid om elementaire zaken te financieren. De redenen volgens de VVSG? De stijgende energieprijzen, slechte isolering en lage inkomens.

Hoewel aanvullende steun ernstige schulden kan voorkomen, schuift de VVSG onder meer een uitbreiding van de huursubsidie, meer sociale woningen en een verhoging van de laagste inkomens als alternatief naar voren. Tevens, om werken aantrekkelijker te maken, zouden de laagste lonen moeten stijgen of zou de belasting daarop moeten dalen. “Wie denkt dat leven met een leefloon gemakkelijk is, heeft waarschijnlijk nooit gepraat met iemand die het ermee moet doen. Het budget is zo klein dat je gemakkelijk in de schulden terechtkomt. De stress die dat risico veroorzaakt, maakt het bovendien juist moeilijker om iets aan die situatie te doen”, reageert  VVSG-woordvoerder Nathalie Debast tegenover De Standaard.

Woonbonus? “Erg rechtvaardig is dat niet”

Hoogleraar Economie Ive Marx (UAntwerpen) volgt de VVSG en stipt aan dat de Belgische leeflonen onvoldoende zijn voor een waardig leven. Het probleem? “België heeft relatief veel mensen die een leefloon of een uitkering krijgen. De slimste manier om hogere uitkeringen en leeflonen betaalbaar te maken, is om dat volume kleiner te maken, maar ondanks alle politieke verklaringen daarover, gebeurt het niet”, stelt hij tegenover De Standaard.

Ook met een uitbreiding van de huursubsidie en een toename van de sociale woningen gaat Marx akkoord. Voor de financiering daarvan kijkt de econoom onder meer naar de woonbonus. Deze fiscale stimulans voor het aanschaffen van een huis komt “voor 60 procent ten goede aan de 40 procent rijkste huishoudens”. “Erg rechtvaardig is dat niet. Maar welke politicus durft dat geld elders in te zetten?”, vraagt Marx zich af.

ADVERTENTIE