Minister van Financiën Alexander De Croo is scherp voor het sociaal overleg in ons land. “Alles wat naar het sociaal overleg gaat, komt helemaal gepluimd terug”, zo zegt hij in het VRT-programma De Zevende Dag. Zowel vakbonden als werkgevers treffen schuld in de ogen van de vicepremier. Wat hem betreft moet het sociaal overleg meer naar de sectoren en bedrijven getild worden.

De afgelopen jaren was op economisch vlak een centrumrechtse regering aan de macht. Maar op vele aspecten van de arbeidsmarkt, zoals de productiviteit en de loopbaanduur, deden we het de afgelopen tijd niet beter dan de andere Europese landen, of zelfs slechter. Dat bleek deze week uit een rapport dat het uitzendbureau Randstad uitbracht, getiteld “Het verdriet van de Belgische arbeidsmarkt”. Uit dat rapport bleek ook dat de verschillen tussen Vlaanderen enerzijds en Wallonië en Brussel anderzijds toenemen.

Minister De Croo wijst met de vinger naar het sociaal overleg. “Er zijn stappen in de goeie richting gezet op vlak van de arbeidsmarkt. Maar we merken wel dat alles wat naar het sociaal overleg gaat helemaal gepluimd terugkomt.” De liberaal vindt overigens dat niet enkel de vakbonden, maar ook de werkgevers hierin schuld treffen.“Ik heb de voorbije jaren in heel wat dossiers gezien dat de werkgevers ook bijzonder sterk remmend zijn.”

Geen sociaal overleg meer op federaal niveau

De vicepremier is niet per se tegen het sociaal overleg, maar het zal mee moeten gaan met de tijd, klinkt het. “Ofwel wordt het een sociaal overleg dat meedenkt naar de toekomst en een beleid ondersteunt van jobcreatie, ofwel is het een sociaal dat in de jaren ’70 blijft zitten”. In dat laatste geval zal het nodige “zonder hen” moeten gebeuren.

De oplossing? Het sociaal overleg naar de sectoren en bedrijven tillen. “De redenering van een akkoord te maken voor gans het land over alle sectoren heen, strookt niet meer met de economie van vandaag. Er moet veel meer flexibiliteit zijn. Je moet dat veel meer naar het bedrijfsniveau gaan brengen, want daar krijg je heel snel een akkoord tussen werkgever en werknemers.”

In de voetsporen van N-VA

Hiermee sluiten de liberalen zich aan bij het voorstel van N-VA om komaf te maken met het sociaal overleg op federaal niveau. Dat lanceerden zij op hun campagnedag over confederalisme in januari. “Geef de sociale partners in de bedrijven de autonomie om zelf te beslissen over een bevriezing van de lonen of over opslag”, zei gewezen vicepremier Jan Jambon daar toen over. “Als het slecht gaat in het bedrijf of als de werkloosheid torenhoog is, zullen de bedrijfsbonden doorgaans geen probleem hebben om hun steentje bij te dragen. Als het goed gaat, kan iedereen de vruchten plukken.”

Begroting

Ten slotte drukte De Croo in De Zevende Dag ook nog zijn ongenoegen uit over het begrotingstekort. “Laten we wel wezen, 2019 was een budgettair verloren jaar. Dat had niet zo moeten zijn”, klinkt het. Hiervoor kijkt hij naar de exit van de N-VA. “Ik heb op dat moment gewaarschuwd dat het een budgettaire impact ging hebben.” Het belangrijkste is, wat hem betreft, dat men ervoor zorgt dat 2020 niet opnieuw zo’n verloren jaar wordt. Om dat te voorkomen moet er in september of oktober ten laatste een akkoord zijn over de begroting. Maar dat zal afhangen van de snelheid waarmee na de verkiezingen een federale regering kan worden gevormd. En dat is vooralsnog koffiedik kijken.

ADVERTENTIE