De Nederlandse stad Rotterdam zal voortaan meer straatnamen toekennen aan mensen met een migratieachtergrond. Dat heeft het stadsbestuur beslist na een aanvraag van het links-liberale D66. Zij vonden de Rotterdamse straatnamen te veel verwijzen naar “witte mannen”. Dat meldt het Nederlandse Algemeen Dagblad

Straatnamen worden in Nederland gekozen door een zogenaamde straatnamencommissie. Aan het kiezen van straatnamen zijn regels en richtlijnen verbonden, maar ‘diversiteit’ maakte daar tot op heden geen deel van uit. Het links-liberale D66 stelde voor – gesteund door partijen als Groenlinks en het islamitische NIDA – om daar verandering in te brengen. Zij vinden immers dat de straatnamen te veel verwijzen naar “witte mannen”.

Minderheidsgroepen

Wethouder Bert Wijbenga (VVD) gaat nu in op het voorstel van de partijen, waardoor diversiteit voortaan één van de voornaamste criteria zal zijn voor een straatnaam. In de eerste plaats gaat het om minderheidsgroepen, zoals mensen met een migratieachtergrond, maar ook vrouwen. “Vrouwen en mensen met een migratieachtergrond hebben de afgelopen decennia een inhaalslag gemaakt. Zij verdienen erkenning in het straatbeeld voor hun prestaties en vormen een bron van inspiratie”, klinkt het.

De straatnamencommissie koos meteen twee nieuwe namen voor toekomstige straatnamen aan de hand van het diversiteitscriterium: Sol Plaatje en Emily Hobhouse. “Plaatje was een Zuid-Afrikaanse schrijver die opkwam voor mensenrechten en gelijkwaardigheid – prachtig. En Hobhouse maakte zich als blanke vrouw hard voor zwarte mensen in concentratiekampen in Zuid-Afrika.”