Blijkbaar is de Disney-film Mary Poppins “racistisch”. Dat schrijft de Amerikaanse krant The New York Times in een bizar en ophefmakend opinieartikel. Daarin wordt de populaire film uit 1964 over de magische kindermeid en het recente vervolg erop door de mangel gehaald. Volgens de auteur van het artikel, een zekere Daniel Pollack-Pelzer, professor Engelse literatuur, is de film doordrongen van “raciale stereotypes”. 

Vooral de schoorsteenscène zit de man dwars. In die scène neemt Poppins (gespeeld door Julie Andrews) de kinderen, Michael en Jane, mee het dak op door de schoorsteen waarna hun goede vriend Bert (Dick Van Dyke) met de andere schoorsteenvegers al dansend op de daken een lied zingt. Poppins’ gezicht is hierdoor vuil van het roet. Maar in plaats van het af te vegen, poedert ze vrolijk haar gezicht nog zwarter.

Volgens Pollack-Pelzer is het hele gebeuren een uiting van raciale stereotypering. In de film roept de admiraal immers: “We worden aangevallen door Hottentotten!” wanneer hij de dansende schoorsteenvegers in de gaten krijgt. En in het boek van P. M. Travers, waarop de film gebaseerd is, roept een huismeid: “Raak me niet aan, jij zwarte heiden!” als een schoorsteenveger zijn hand naar haar uitstrekt. Ook in de nieuwe film ‘Mary Poppins Returns’, zijn “verontrustende verwijzingen” naar deze “zwarte gezichten”.

New York Times in de voorhoede van extreemlinkse identiteitspolitiek

Het is niet de eerste keer dat The New York Times artikels publiceert die bol staan van wat je niet anders kan beschrijven dan extreemlinkse identiteitspolitiek. In oktober van vorig jaar verscheen nog een artikel waarin blanke Republikeinse vrouwen “geslachtsverraders” genoemd werden die de “patriarchie” verdedigen omdat ze achter rechter Brett M. Kavanaugh stonden. Ze zouden hun “wit privilege” schandelijk laten primeren boven hun tweederangs status als vrouw.

Afgelopen zomer kwam het dan weer uit dat de krant een columniste had aangenomen die op Twitter blanke mensen had uitgescholden. De vrouw van Aziatische afkomst, Sarah Jeong, was de mening toegedaan dat blanken “kruipende aardmannen” zijn die dienen“gecancelled” te worden. De redactie van de krant was op de hoogte van haar uitspraken bij haar aanwerving. Men had met haar eens “een goed gesprek” gehad. Volgens Jeong waren haar uitspraken gerechtvaardigd. Ze had immers “als gekleurde vrouw op het internet bakken aan online haat te verduren gekregen”. Zes maanden eerder werd iemand die dezelfde job bezette als Jeong nog ontslagen omdat ze iemand een “faggot” had genoemd op Twitter. Niet iedere belediging is dus gelijk voor de NYT.

https://sceptr.net/campaigns/doneer/donate/