De Franse president Emmanuel Macron stuurt zijn kat naar het Zwitserse Davos. En dat is begrijpelijk. Foto’s die hem daar tonen tussen de ‘happy few’ die 100.000 dollar (en meer) betaalt om te netwerken zouden hem thuis veel kopzorgen kunnen bezorgen. En dan denken we natuurlijk aan de gele hesjes die al maanden Parijs en de rest van Frankrijk teisteren met hun protestbeweging. Onze vaste columnist en hoofdeconoom bij denktank Itinera, Ivan Van de Cloot, laat in zijn laatste bijdrage dan ook zijn licht schijnen op de protesten, de kloof tussen de politiek en de burger, en de verschuivende handelsevenwichten.

Het is uiteraard ook een illustratie dat hij niet meer de geloofwaardigheid heeft om een en ander aan zijn bevolking uit te leggen. Een Franse president moet nu eenmaal buitenlandse investeerders en collega-staatshoofden zien die in Davos op een kluitje zitten. Het punt is natuurlijk dat politiek ook over emotie en perceptie gaat. Aan het begin van zijn ambtsperiode geraakte Macron met alles weg. Vandaag met heel wat minder. De president zou de ontevredenen kunnen aanspreken op de ratio. Zo zou hij statistieken kunnen aanbrengen waaruit blijkt dat Frankrijk het op vlak van inkomen en jobs het recent niet zo slecht doet als soms gesteld (en veel beter dan bijvoorbeeld Italië). Het is echter al lang niet meer voldoende om met generieke statistieken af te komen.

Eigenwaarde

Het huiswerk moet toch al fijner gemaakt worden door bijvoorbeeld in te zoomen op resultaten per inkomensgroep. Dat de resultaten voor de laagste inkomensdecielen nog niet zo slecht zijn in een land als Frankrijk, heeft ook te maken met de herverdelende werking van de welvaartsstaat. Het ‘beschikbaar inkomen’ van een groot deel van de gele hesjes presteert op die manier een stuk beter dan het ‘marktinkomen’. Enerzijds moet men niet onderschatten dat het ook gaat over gekrenkte trots. Als mensen het gevoel hebben dat ze niet meer autonoom voldoende inkomen genereren maar daarvoor op uitkeringen en dergelijke moeten rekenen (die ze vroeger minder van doen hadden), dan is dit niet onschuldig voor hun gevoel van eigenwaarde, zeker niet als dit deels komt omdat de staat ook taksen verhoogt op diesel vanuit een voor velen abstract doel zoals het klimaatbeleid.

Anderzijds voelen burgers dat de overheid al die uitkeringen niet zomaar kan blijven trekken. Er wordt vaak gesteld dat ‘de mensen’ niet op de hoogte zijn van de staatsschuld, de zwakke productiviteitsgroei en andere basiscijfers. Dat is zo in de zin van een precies antwoord op een kwisvraag maar veel relevanter is dat er een relevante doorsnede is van de bevolking met gezond verstand die de precaire staat van het land op hun klompen aanvoelt.

Kloof tussen burger en politiek

Er is een kloof gegroeid tussen de politiek die meer en meer met grote abstracties op internationale fora in de weer is en hoe gewone burgers hun dagelijks leven aanvoelen. Een ander thema dat dit illustreert is de globalisering. Decennialang dacht men blijkbaar dat het volstond te wijzen op de welvaartscreatie die daardoor wordt gerealiseerd. Ja, bepaalde jobs kunnen erdoor verloren gaan maar door specialisatievoordelen en andere efficiëntiewinsten zou de koek groter worden. Wel zouden bepaalde groepen herschoold moeten worden of gecompenseerd moeten worden als ze ‘verliezers’ blijken te zijn van het proces van creatieve destructie. Opnieuw loopt dit discours vast als mensen het gevoel hebben dat hun zorgen niet ernstig genomen worden. Uiteraard blijft het relevant om te wijzen op verkeerde percepties. Zo tonen goede wetenschappelijke studies voor de Amerikaanse industrie tussen 2000 en 2010 aan dat 87 procent van het verlies aan banen te wijten is aan nieuwe technologie die de productiviteit deed stijgen en slechts 13% aan buitenlandse handel.

Voor politici en andere beslissers blijft het van doorslaggevend belang dat ze zich baseren op feiten en cijfers om tot een gefundeerde beleidsvisie te komen. Een duurzame sociale bescherming zal moeten inzetten op weerbaarheid van mensen in een wereld waar jobs voor het leven een illusie geworden zijn, op herscholen en de begeleiding van overbodig geworden jobs naar jobs met opnieuw een toekomst. Net zo zijn technische ‘fixes’ zoals een doordachte belastinghervorming een onderdeel van het antwoord op de bezorgdheden die gele hesjes aankaarten. We mogen echter niet denken dat technische ‘fixes’ alleen zullen volstaan.

Nieuwe handelsevenwichten: China en NAFTA

Ondertussen zitten we midden in een hoog oplopende ruzie tussen China en Donald Trump, live te volgen op het twitteraccount van de laatste. Dat er op dit moment vooral een tactisch spel bezig is om finaal nieuwe evenwichten op handelsvlak te bekomen, maakt het des te belangrijker om de dieperliggende uitdagingen nuchter te onderzoeken. Het presidentschap van Trump zelf is te wijten aan een diep ongenoegen in de westerse maatschappij en een deel daarvan wordt gevoed door de overtuiging dat de globalisering grote schaduwzijden kent die steeds ontkend worden. We moeten met open blik kijken naar de discussies aan beide kanten zonder angst dat onze argumenten zouden misbruikt worden of gebruikt worden door demagogen of populisten. We zien ook vaak dat uit bestaand onderzoek heel selectief geciteerd wordt.

Eerder liep er een zware discussie tussen de VS en Mexico over de vrijhandelszone NAFTA die ze samen met Canada hebben sinds 1994. Internationale handel is complexer dan wel eens wordt voorgesteld. Er zijn studies die stellen dat het tot stand komen van NAFTA niet zo bijster veel aan extra welvaart heeft opgeleverd. Maar dezelfde studies geven aan dat het opbreken van NAFTA, nu de nieuwe productieprocessen in grensoverschrijdende waardeketens zijn geworteld, wel veel schade zou aanbrengen.

Als theoretische ramingen inzake de baten van vrijhandelsakkoorden vergeleken worden met ex post evaluaties, dan blijkt een sterke afwijking daartussen standaard te zijn. Voor NAFTA werd initieel een welvaartswinst voorspeld van 0,3% voor de VS terwijl een recente studie de impact slechts op 0,06% schatte. Politiek explosiever is dat vooral voor lager geschoolden de resultaten heel wat minder rooskleurig bleken. Programma’s om mensen te herscholen en de transitie te late maken van overbodig geworden jobs naar jobs met toekomstperspectief horen grootschalige handelsakkoorden te vergezellen.

Bovendien dient bij de strategie rond handelsakkoorden steevast gekeken te worden naar de gezondheid van de arbeidsmarkt in zijn geheel en naar segmenten. Gemiddelden kunnen opnieuw veel verstoppen. De economische sectoren hebben allemaal niet dezelfde impact ondervonden van NAFTA. Voor veel Mexicanen betekende het vrijhandelsakkoord dat ze een miserabel bestaan op het veld hebben kunnen inruilen voor een job in een autoassemblagefabriek. Ondertussen worden in Mexico modellen geproduceerd van 13 automerken. In 2016 liepen er 3,5 miljoen auto’s van de band. Daarvan exporteerde Mexico er 2,7 miljoen: 86 procent ging naar de VS en Canada. Evengoed sloten er autofabrieken de deuren in Canada en de VS. Een studie van twee economen van de Ball State University uit Indiana berekenden echter dat 87 procent van het verlies aan Amerikaanse industriebanen tussen 2000 en 2010 te wijten is aan nieuwe technologie. Slechts 13% aan buitenlandse handel. Daarnaast trokken sinds 2001 meer bedrijven naar China dan naar Mexico. Evengoed zijn er sectoren in de VS zoals de graan -en maïsexport die erg ondersteund werden door NAFTA.

Evengoed moet altijd de vraag gesteld worden wat er gebeurd was zonder vrijhandelsakkoord. Het is immers helemaal niet zeker of de autoproductie in de VS dan zoveel beter was geëvolueerd. Volgens het Center for Automotive Research in Michigan gaan auto-onderdelen wel zeven keer de grens over tijdens de fabricage en zonder Nafta waren grote delen van de Amerikaanse auto-industrie allang verhuisd naar lagelonenlanden in Azië, Oost-Europa of Zuid-Amerika. Dit impliceert dat de ingewikkelde autocluster over de Noord-Amerikaanse grenzen heen profiteert van de zowel lage kosten in Mexico als van de technische kennis in de VS.

Vertrouwen in de toekomst

Het handelsregime van de wereld is gebouwd op de premisse dat economische praktijken uiteindelijk zullen convergeren. Niet alleen China wijst er op dat dit wel eens een fictie kan blijven. De eerste handelsakkoorden lieten veel ruimte voor landen om hun eigen ontwikkelingskoers uit te zetten. Ten tijde van GATT gingen de onderhandelingen voornamelijk over expliciete tarieven op industriële producten en quota aan de grens. Diensten en landbouw waren niet het onderwerp van de onderhandelingen. Onder het WHO-regime kwamen ineens discussies op gang over binnenlands beleid inzake subsidies, gezondheid, veiligheid en intellectuele eigendom. Elke regulering die de import zou afremmen kan nu behandeld worden als een handelsbeperking.

Het ondergeschikt maken van binnenlands beleid of het nu gaat over arbeidsvoorwaarden, belastingstelsels of technologische ontwikkeling aan het handelsregime zouden wel eens onverstandig en onhoudbaar kunnen zijn. Elk land heeft een bandbreedte nodig om zijn eigen groeistrategie te bepalen. Trumps uitspraken rond “faire” handel worden weggelachen, maar een handelsregime dat minder uitgaat van convergentie naar een uniek economisch model zou wel eens profetisch kunnen blijken. Politici moeten rekening houden met het draagvlak voor liberalisering. Niemand heeft er iets aan indien de voordelen kunstmatig worden overdreven en de bezorgdheden (zoals impact op lagere inkomensgroepen en jobverlies voor sommigen) geminimaliseerd worden. We zouden veel opschieten met meer eerlijkheid.

Het komt toe aan politici om aan te voelen wat er leeft bij de bevolking. Bepaalde evoluties en beleidskeuzes kunnen zich dan wel opdringen, het gaat ook over beleid op zo’n manier vorm geven dat de verandering de draagkracht van de bevolking niet overstijgt. Finaal zijn er twee valkuilen. Enerzijds dat men blind stuurt op basis van technocratische adviezen die weinig voeling hebben met de reële angsten en zorgen van mensen. Anderzijds dat loze kreten en slogans de basis vormen voor ondoordacht beleid. De aangevoelde kloof tussen de wereldelite en de gewone burger is in elk geval toxisch. Zou president Macron dat ondertussen aanvoelen in alle vezels van zijn lichaam?

We leven in een tijd met veel angsten die de potentie hebben zich te kanaliseren naar ressentiment en wrok. Davos is wellicht niet de beste bestemming om inspiratie op te doen hoe daarmee om te gaan. Opdat mensen vertrouwen kunnen hebben in de toekomst, moet er ongetwijfeld ook enige terughoudendheid opgebracht worden tegenover de technocratische argumenten om beleid altijd maar op een hoger (supranationaler) niveau onder te brengen.

https://sceptr.net/campaigns/doneer/donate/
Inhoud niet beschikbaar.
Accepteer cookies door op Accepteren in de banner te klikken