Minister-president Geert Bourgeois (N-VA) heeft in een opiniestuk op zijn website fel uitgehaald naar de vakbonden die vandaag een grote staking organiseren. Volgens die vakbonden is het centrumrechtse beleid van de regeringen op Vlaams en federaal niveau immers een ‘sociaal afbraakbeleid’, maar daar is Bourgeois het grondig mee oneens. “Als vakbonden dit beleid ’pure horror’ noemen, kan ik dat helaas niet anders omschrijven dan leugenachtig populisme. De waarheid heeft haar rechten.”

In een opiniestuk maakt Bourgeois korte metten met de retoriek van de vakbonden, die vandaag “het land lam leggen” in een staking die naar eigen zeggen van “ongeziene proporties” is. “De voorbije jaren zou er volgens de vakbonden een ‘sociaal afbraakbeleid’ gevoerd zijn. Zelfs ‘pure horror’. De ongelijkheid zou ook zijn toegenomen: ‘de rijken worden almaar rijker, de armen almaar armer’. Dit soort uitspraken nemen veel journalisten en opiniemakers vaak zelfs over alsof het vaststaande feiten betreft”, zo schrijft de N-VA-topper. Maar “wat zijn nu de feiten?”

“De huidige centrumrechtse regeringen hebben absoluut geen achteruitgang betekend op sociaal vlak”

In een zelfgemaakte ‘factcheck’ loopt Bourgeois de cijfers af waaraan de vakbonden graag refereren. “In 2018 bedroegen de sociale uitgaven in dit land maar liefst 28,9% van het BBP (cijfers OESO). Van alle industrielanden heeft alleen Frankrijk een nog hoger percentage. In 2015 was dit in België nog 26,7%, dus met deze Zweedse regeringen is dit percentage de voorbije jaren nog gestegen”, zo klinkt het verder. “De ongelijkheid wordt vaak gemeten met de zogenaamde Gini-coëfficiënt, die varieert van 0 voor absolute gelijkheid tot 1 voor absolute ongelijkheid. Voor 2017 kwam die indicator voor België uit op 0,26 en voor het Vlaams Gewest zelfs op 0,24. Daarmee is België één van de minst ongelijke landen van Europa. Het Vlaams Gewest moet enkel Slovakije (0,23) en Slovenië (0,24) laten voorgaan. Bovendien neemt die ongelijkheid ook helemaal niet toe. Sinds 2013 bleef die stabiel en dit na een eerdere daling, terwijl de inkomensongelijkheid in de (zeer sociale) Scandinavische landen de laatste jaren wel lichtjes is toegenomen.”

Ook op vlak van de inkomensongelijkheid of ‘inkomensquintielverhouding’ (hoeveel keer de rijkste 20% van de bevolking meer verdient dan de armste 20%) illustreert Bourgeois dat de verhoudingen niet verslechterd zijn en blijven schommelen rond 3,5: lager dan in Wallonië en de overgrote rest van Europa. En “zijn er werkelijk zoveel ‘working poor’ als de vakbonden beweren? Volgens Eurostat loopt 3,8% van de Belgische werknemers een risico op armoede. Op Finland en Tsjechië na is dat het laagste cijfer in Europa, het gemiddelde in de eurozone is 7,8%”, zo rondt Bourgeois zijn factcheck af. “De waarheid is dat het armoederisico zich vooral manifesteert bij niet-werkenden. Net daarom dat deze regeringen zo zwaar ingezet hebben op ‘jobs, jobs, jobs’. Maar liefst 260.000 jobs zijn er deze regeerperiode bijgekomen”.

Tot slotte duidt de minister-president op de pro-sociale maatregelen die zijn genomen. “De koopkracht van onze gezinnen tussen 2014 en 2020 stijgt met gemiddeld 5,2%”, zo parafraseert Bourgeois economieprofessor André Decoster (KU Leuven). Verder verwijst de Izegemnaar naar de verhoging van de sociale minima die hoger zijn dan onder oud-premier Elio Di Rupo (PS) en de Vlaamse maatregelen rond kinderbijslag, school- en studietoelagen, water- en energiefactuurkortingen, de bouw van sociale woningen en de sociale tarieven voor De Lijn, zorgverzekering, kinderopvang en leningen. “Wil ik met al deze cijfers zeggen dat er geen enkel probleem is? Uiteraard niet.” Maar “de huidige centrumrechtse regeringen hebben absoluut geen achteruitgang betekend op sociaal vlak, wel integendeel. Als vakbonden dit beleid ‘pure horror’ noemen, kan ik dat helaas niet anders omschrijven dan leugenachtig populisme. De waarheid heeft haar rechten.”

ADVERTENTIE