In november 2018 bepaalde het Brusselse hof van beroep dat Albert II een DNA-test moet ondergaan. Het doel? Uitsluitsel brengen over de (vermeende) verwantschap tussen het oud-staatshoofd en Delphine Boël, de kunstenares die hij nooit erkende als dochter. Vandaag raakte evenwel bekend dat het voormalige staatshoofd deze beslissing gaat aanvechten bij het Hof van Cassatie. “Koning Albert II zal zich niet aan een DNA-analyse onderwerpen zolang het Hof van Cassatie zijn arrest niet heeft gewezen”, laten de advocaten van de afgetreden monarch tegenover persagentschap BELGA optekenen.

Delphine Boël voert al vijf jaar lang een juridische strijd om erkend te worden als dochter van Albert II. Eerder oordeelde de rechtbank van Brussel nog dat Jacques Boël de wettelijke vader is van Delphine Boël, ondanks tegenstrijdig DNA-onderzoek. Hierdoor moest überhaupt niet meer onderzocht worden of Albert II de biologische vader is van Boël. De kunstenares ging echter in beroep.

Het Brusselse hof van beroep velde in november vorig jaar een ander oordeel. Zo bepaalde het rechtscollege formeel dat Jacques Boël noch de biologische, noch de wettelijke vader van Delphine is. Aan dit besluit werd een gerechtelijk order aan het adres van Albert II gekoppeld. Hij kreeg drie maanden de tijd om een DNA-staal af te geven.

Wachten op Cassatie

Eergisteren, woensdag, had het oud-staatshoofd zich nog steeds niet aan een DNA-analyse onderworpen. Vandaag raakte echter bekend dat de advocaten van de vorst de beslissing van het Brusselse hof van beroep gaan aanvechten voor het Hof van Cassatie. “Koning Albert II zal zich niet aan een DNA-analyse onderwerpen zolang het Hof van Cassatie zijn arrest niet heeft gewezen. Volgens zijn raadgevingen werkt het cassatieberoep immers opschortend wat de DNA-test betreft”, laten zijn raadgevers aan persagentschap BELGA weten.

https://sceptr.net/campaigns/doneer/donate/