Volgende week start het proces tegen Mehdi Nemmouche, de dader van de aanslag op het Joods Museum in Brussel in 2014. Het zou een eerste zijn in een nieuwe grote reeks van jihad-aanslagen in onze regio. “De aanslag tegen het Joods Museum was de eerste aanslag in Europa door een teruggekeerde Syriëstrijder”, zo illustreert Paul Van Tigchelt, de topman van OCAD, het belang van het proces en de aanslag in VRT NWS. “Hij [was] de voorhoede […] van de external operations van IS, van een Frans-Belgisch netwerk dat betrokken zou zijn […] in Verviers in januari 2015 en […] bij de aanslagen in Parijs en Brussel.”

Vanaf komende week zal een Brusselse assisenjury zich buigen over de schuld van Mehdi Nemmouche en Nacer Bendrer. Het jihadistisch duo moet zich verantwoorden voor de antisemitische schietpartij in het Joods Museum op 24 mei 2014. Hierbij kwamen vier mensen om het leven. De schutter, Nemmouche, kon aanvankelijk ontkomen, maar een week later werd hij bij een toevallige controle in het Franse Marseille gevat. In zijn bagage had de jihadist wapens gewikkeld in een IS-vlag en munitie: Klaar voor een volgende aanslag. In een onderhoud met de Vlaamse staatsomroep VRT verduidelijkt Paul Van Tigchelt hoe Nemmouche het pad heeft geëffend voor andere islamistische aanslagen.

“Nemmouche was voorhoede van externe operaties van IS”

“Als we de geschiedenis herschrijven, kunnen we wel stellen dat hij de voorhoede was van de ‘external operations’ van IS, van een Frans-Belgisch netwerk dat betrokken zou zijn bij de aanslagplannen die we hebben kunnen verijdelen in Verviers in januari 2015 en het netwerk dat betrokken was bij de aanslagen in Parijs en Brussel”, zo zegt Van Tighelt (OCAD). Zijn inlichtingenorganisatie staat onder meer in voor het bepalen van het dreigingsniveau in ons land. “De aanslag tegen het Joods Museum was de eerste aanslag in Europa door een teruggekeerde Syriëstrijder.” Hij zou veel opvolgers krijgen.

Nemmouche en zijn kompaan radicaliseerden in de Franse gevangenis. En OCAD waarschuwt voor dezelfde effecten in onze detentiecentra. “Dat is een grote bekommernis. We moeten daar niet flauw over doen, gevangenissen zijn een plaats waar de overheid wordt beschouwd als een vijand, de hogescholen van de haat. Het is ‘par excellence’ een plaats waar mensen radicaliseren.” Ook Benjamin Herman, de moslimterrorist die vorig jaar in Luik drie mensen waaronder 2 agenten doodde, bekeerde en radicaliseerde in een Belgische gevangenis.

De veiligheidsdiensten trachtten dan ook zo veel mogelijk binnen en buiten de gevangenissen te ‘monitoren’. “Het is een kwestie van goede informatie in te winnen in de gevangenissen, maar ook buiten de muren. Als ze vrijkomen moet[…] er [ook] monitoring en opvolging zijn. Dat gebeurt veel beter dan vroeger en het is ook een prioriteit [geworden].” Toch is ‘beter dan vroeger’ verre van ideaal, zo bleek uit recente berichtgeving. Slechts één derde van de extremisten in de gevangenis wordt ‘gederadicaliseerd’. Er is bovendien nog geen handvol ‘deradicaliseringsconsulenten’ actief in de gevangenissen en de overheid slaagt er maar niet in om deze activiteit op peil te houden.

https://sceptr.net/campaigns/doneer/donate/
Inhoud niet beschikbaar.
Accepteer cookies door op Accepteren in de banner te klikken