Het Armeense gezin Khmoyan dat sinds een jaar of 10 in Borgerhout woont/woonde, blijft opgesloten in het gesloten asielcentrum van Steenokkerzeel voor gezinnen. Het gezin heeft geen geldige verblijfspapieren meer, maar de Armeense familie verzet zich tegen een deportatie. Een verzoek tot invrijheidstelling is evenwel afgewezen door de raadkamer in Antwerpen, zo brengt hun advocaat Bruno Soenen via BELGA. Antwerps parlementslid Nahima Lanjri (CD&V) roept op tot het uitreiken van een humanitair aan het gezin.

De Khmoyans – een gezin met twee dochtertjes van 2 en 8 jaren oud dat in 2009 overkwam naar België – blijven opgesloten. Ze werden op 8 januari opgepakt en overgebracht naar het gesloten centrum in Steenokkerzeel waar sinds vorig jaar bijzondere faciliteiten zijn voor illegale gezinnen. Het gezin poogde om geregulariseerd te worden, maar deze aanvraag werd geweigerd en men volgde het uitwijzingsbevel niet op. Hun advocaat Soenen vecht echter zowel de weigering aan als de opsluiting.

Maar voorlopig lijkt dat geen vruchten af te werpen. Het verzet dat werd ingediend bij de raadkamer ving maandag bot, zo weet BELGA. Het gezin gaat nu in hoger beroep waardoor de Antwerpse kamer van inbeschuldigingstelling nu een oordeel zal vellen.

Lanjri (CD&V) wil opsluiten van illegale gezinnen in asielcentrum tot minimum beperken

Het is in kader van deze ontwikkelingen dat Kamerlid Lanjri oproept om het gezin een humanitair visum te verstrekken, iets wat ligt binnen de discretionaire bevoegdheid van de Migratieminister, thans Maggie De Block (Open Vld). De praktijk en de omkadering hiervan liggen echter onder druk sinds de Kucam-affaire waarbij honderden humanitaire visa zouden zijn verkocht tegen grof geld.

(Lees verder onder de tweet.)

In ieder geval vindt Lanjri dat illegale gezinnen met kinderen opsluiten zoveel mogelijk vermeden moet worden. “Als er inderdaad fouten zijn gebeurd, dan moet het gezin op zijn minst de kans krijgen om vrijwillig terug te keren naar het land van herkomst”, zo vertelt ze tegenover de VRT. “Als er iets mis ging bij de procedure, dan moeten ze de kans krijgen om te regulariseren, maar daar beslist de bevoegde minister over, samen met haar administratie.”