Zaterdag begint de ‘sperperiode’. Dat wil zeggen dat onze politieke partijen beperkt worden in wat ze kunnen doen en mogen uitgeven. De volledige kiescampagne mag maximaal 59 miljoen euro kosten. 6,6 miljoen hiervan, het grootste aandeel, kan N-VA uitgeven. Dat weet de KU Leuven en brengt Het Laatste Nieuws.

Tijdens de 4 maanden voor de verkiezingen op 26 mei, geldt de sperperiode. Tijdens die termijn mogen partijen geen radiospots publiceren en ook geen gadgets ronddelen. Men mag echter wel tot 59 miljoen euro uitgeven, zo berekende onderzoekcentrum VIVES verbonden aan KU Leuven. Er wordt evenwel verwacht dat niet dit volledige bedrag zal worden opgesoupeerd.

Niet alle partijen hebben evenveel centen

N-VA mag als grootste partij het meeste geld uitgeven: 6,6 miljoen euro. Hierna volgt CD&V met 5,2 miljoen en met 5 miljoen de extreemlinkse PVDA/PTB die in beide landsdelen opkomt. Hierna volgen Open Vld (4,8M), sp.a (4,6M), Groen (4M) en Vlaams Belang (3,8M).

Er wordt echter niet verwacht dat men geld zal uitgeven tot de limiet. “Technisch is het moeilijk om exact te weten wat je mag uitgeven, waardoor elke partij wat marge voorziet”, zo legt politicoloog Bart Maddens (KU Leuven) uit in Het Laatste Nieuws. Bovendien hebben partijen niet altijd voldoende in kas of wensen ze nog geld te behouden. Er wordt zo verwacht – op basis van cijfers van 2014 – dat de PVDA/PTB slechts 390.000 EUR zal spenderen. In totaal gaven partijen gemiddeld 54,3% van het toegestane budget uit tijdens de vorige verkiezingen in 2014.

De ene spendeert natuurlijk een groter aandeel dan de andere. Men projecteert nu dat N-VA 5,9 miljoen, CD&V 4,1 miljoen, Open Vld 4,2 miljoen, sp.a 3,2 miljoen, Vlaams Belang 2,2 miljoen en Groen 1,1 miljoen zullen uitgeven.