Enkele dagen geleden poneerde De Morgen dat een kwart van de asielzoekers in ons land binnen het jaar werkt. Ze konden een onderzoek inkijken van het Leuvense Steunpunt Werk, maar gingen bij hun berekening wel erg selectief te werk, zo blijkt na nadere studie. 

Bij de berekening van het percentage asielzoekers dat werkt na één jaar baseerde De Morgen zich op een steekproef van 834 asielzoekers. Deze 834 asielzoekers schreven zich voor 31 mei 2016 in bij VDAB en 205 van hen vonden binnen het jaar een job, wat overeenkomt met 24,6%. Dat bracht De Morgen tot de conclusie een kwart van de vluchtelingen die in 2015 en 2016 in België toekwamen, ook binnen jaar effectief werkten.

Foto: Screenshot De Morgen.
Foto: Screenshot De Morgen.

Slechts 11% van erkende asielzoekers bood zich überhaupt aan om te werken

Maar als we de cijfers dieper analyseren wordt snel duidelijk dat een dergelijke conclusie weinig betrouwbaar en vooral selectief is. In 2015 en 2016 vroegen in ons land in totaal 63.470 mensen asiel aan. Daarvan werden 34.384 asielzoekers officieel erkend als vluchteling waardoor ze legaal in ons land mochten blijven. Daarvan vroegen slechts 3.815 erkende vluchtelingen een arbeidskaart type C aan die ook werd goedgekeurd, ofwel ongeveer 11%. Zo’n kaart bemachtigen, is de enige manier om als vluchteling in ons land regulier te werken.

Nadat vluchtelingen deze arbeidskaart in hun bezit hebben, worden ze doorgestuurd naar de VDAB, dat hen begeleidt naar een job. Maar ook deze stap wordt niet door alle asielzoekers genomen. Ten laatste op 30 november 2016 sloten 2.082 asielzoekers zich aan bij de VDAB. Hiervan vond slechts 12,4% procent werk na 6 maanden. De Morgen koos er echter voor om de steekproef uit te lichten die slechts 834 vluchtelingen in beschouwing nam – de asielzoekers die voor 31 mei zich aansloten bij de VDAB. Van hen vond inderdaad 24,6% na één jaar werk.

En slechts 6% trok naar de VDAB: van hen vond een kleine minderheid finaal werk

Maar zo worden de cijfers selectief gehanteerd. Het gaat immers louter en alleen om asielzoekers die ten eerste al aangaven te willen werken, zich vervolgens ook aansloten bij de VDAB én ingeschreven waren voor 31 mei 2016. Op die manier komt men tot een kleinere steekproef van 834 asielzoekers. Maar als men de periode tot 30 november in beschouwing neemt, komt men dus op 2.082 erkende vluchtelingen die zich aansloten bij de VDAB. Van hen vonden slechts 285 mensen (of 12,4%) werk na zes maanden. De onderzoekers konden de arbeidsparticipatie van deze groep na 12 maanden weliswaar niet opmeten.

In het rapport zelf wordt dan ook duidelijk aangehaald dat het gebruik van de steekproef die De Morgen gebruikte niet representatief is voor de gehele vluchtelingengroep. “Het is belangrijk om voor ogen te houden dat de groep asielzoekers die we analyseren niet representatief is voor alle personen die asiel aanvragen in België. We bestuderen immers personen die een arbeidskaart C hebben aangevraagd (en hebben gekregen) en die zo aangeven te willen toetreden tot onze arbeidsmarkt”, zo staat er te lezen. “Er is dus reeds een arbeidsmotief bij deze asielzoekers, die niet noodzakelijk bij alle asielzoekers hoeft aanwezig te zijn.”

Zelfs wanneer alle erkende vluchtelingen die zich aansloten bij de VDAB werk vonden, blijft 2.082 slechts 5,5% van het totale aantal vluchtelingen die werden erkend in België tijdens 2015-2016. Maar over die groep van 2.082 kan met zekerheid enkel gezegd worden dat 285 van hen werk hadden na zes maanden. Dat is een minuscule 0,83% van al de in 2015 en 2016 erkende vluchtelingen.