Oud-burgemeester van Sint-Jans-Molenbeek Philippe Moureaux (PS) is vandaag gestorven op 79-jarige leeftijd. Dat meldt zijn dochter Catherine, Molenbeeks huidige burgemeester. Naast burgemeester diende hij ook als minister in verschillende regeringen, zowel op federaal niveau als op de niveaus van de gemeenschappen en gewesten. In Vlaanderen was hij controversieel en wordt hij vaak verantwoordelijk geacht voor de huidige situatie in Molenbeek. Verschillende politici, zowel Nederlandstalige als Franstalige, betuigden hun medeleven.

Levensloop

Philippe Moureaux zag op 12 april 1939 het levenslicht. Hij was de zoon van een notaris en in zijn familie zat de politiek in het bloed. Zijn vader was lid van de liberalen en was actief als senator, minister en schepen van Etterbeek. Ook Serge, de broer van Philippe ging in de politiek. Na de humaniora afgewerkt te hebben, ging Philippe Moureaux in 1957 geschiedenis studeren aan de ULB. Hij behaalde er zijn diploma en was een jaar leerkacht.

In 1967 werd hij assistent aan de ULB en twee jaar later doctoreerde hij. Als hoogleraar bepaalde hij enkele prijzen en publiceerde hij verschillende werken, velen over de economische en institutionele geschiedenis der Nederlanden. Als jongeman probeerde Moureaux weg te komen van het liberale milieu van zijn vader. Zo kwam hij langs de socialistische vakbond terecht in de raad van beheer van de ULB, waar hij PSB-kamerlid Henri Simonet leerde kennen. Zo kwam hij uiteindelijk zelf bij de socialistische partij terecht.

Daar raakte hij al snel in de gunst bij toenmalig minister André Cools als raadgever. Toen de socialisten na een oppositiekuur terug in de regering geraakten in 1977 werd Moureaux kabinetschef van de socialistische vicepremier Léon Hurez. Onder de regering-Martens III werd Moureaxu minister van Binnenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen. In deze hoedanigheid werkte hij mee aan de staatshervorming van 1980. Onder Martens IV ruilde hij Binnenlandse Zaken in voor Justitie en trok hij zich de vreemdelingenproblematiek aan. Hij lag aan de grondslag van de vreemdelingenwet en de antiracismewet.

Fin de carrière

In de jaren daarna nam hij nog een aantal regeringsposten op diverse regeringen en was hij tevens een tijd kamerlid. In 1992 werd hij uiteindelijk burgemeester van Molenbeek. Op 30 januari 1995 benoemde Koning Albert II hem voor bewezen diensten tot minister van staat, een levenslange eretitel. Een paar dagen nadien werd hij verkozen tot voorzitter van de Brusselse PS-federatie en als vice-voorzitter van zijn partij. Datzelfde jaar verdween hij grotendeels van het nationale toneel om zich als burgemeester toe te kunnen leggen op zijn gemeente Molenbeek. Die functie bekleedde hij tot in 2012. Na de laatste gemeenteraadsverkiezingen nam zijn dochter Catherine de fakkel over en verankerde zo de naam Moureaux als dynastie in Molenbeek.

Al sinds vorig jaar in maart raakte het bekend dat Philippe Moureaux tegen kanker vocht en dat hij geen kandidaat meer zou zijn voor de gemeenteraadsverkiezingen. Hij werd enkele dagen voor die verkiezingen voor het laatst in het openbaar gezien. Zijn familie laat weten dat diegenen die dat wensen de politicus eer kunnen komen betuigen, dinsdag tussen 9 en 16 uur in het gemeentehuis van Molenbeek. De begrafenis zal in intieme kring plaatsvinden.

Boegbeeld van de socialistische francofonie

Philippe Moureaux was een controversieel figuur. In Vlaanderen werd hij vaak gezien als het boegbeeld van de arrogante Brusselse francofonie en als de man die Molenbeek liet verworden tot wat het nu is. Zeker na de aanslagen in Parijs en Brussel, waarbij de daders banden bleken te hebben met het radicale islamitische milieu van zijn gemeente, spaarde men de kritiek op zijn beleid niet. Hij zou te laks en toegeeflijk geweest zijn tegenover de migrantengemeenschappen en niet genoeg gedaan hebben om radicalisering tegen te gaan. In zijn boek ‘La vérité sur Molenbeek’ (2016) deed hij een poging die kritiek te weerleggen.

Als voorman van de Brusselse PS was hij vaak kritisch over de gegarandeerde Vlaamse vertegenwoordiging in de hoofdstad. In de Brusselse gewestregering moeten de helft van de ministers Nederlandstalig zijn, ondanks het feit dat Nederlandstaligen een minderheid vormen in het gewest. Maar dat was niet naar de zin van Moureaux.“Als Vlamingen minder België willen, dan komt er ook minder België in Brussel”, zei hij in 2005.  Die vertegenwoordiging is echter gekoppeld aan de federale pariteit, waardoor ook de helft van de federale ministers Franstaligen behoren te zijn. Over het communautaire zei hij verder ooit: “Bepaalde Walen vinden het gepast oor te hebben voor de Vlaamse verzuchtingen. Het zijn bourgeois die uit puur geldgewin naar Vlaanderen neigen.”

Ook toen de Vlaamse regering onder minister Marino Keulen halverwege het vorige decennium een taalvereiste voor het Nederlands in de Vlaamse wooncode invoerde, kon dat Moureaux niet bekoren. Die taalvereiste vraagt van nieuwe kandidaat-huurders voor een sociale woning in Vlaanderen dat ze minstens bereid zijn om Nederlands te leren. Voor Moureaux was zulk een initiatief tot integratie en behoud van de eigen cultuur discriminatie en “een gemene politiek, van een duidelijke extreem-rechtse inspiratie”. 

Autobiografie

In 2017 verscheen Moureaux’ autobiografie: ‘Portraits Souvenirs’. Daarin beschreef hij in zijn eigen stijl de ontmoetingen die hij tijdens zijn loopbaan had met de andere politici van de Belgische politiek. Niet alleen André Cools, Guy Spitaels en Guy Verhofstadt kwamen aan bod, maar ook Elio Di Rupo en huidig premier Charles Michel. Met die laatste had Moureaux het niet echt op: “Charles Michel heeft voor een volledig andere weg gekozen dan zijn vader. Hij heeft gekozen voor een pure, harde rechtse weg. Charles is een cynicus”.

https://sceptr.net/campaigns/doneer/donate/