Met het vertrek van de N-VA-ministers uit de federale regering, ontstaat er (opnieuw) een debat over de uittredingsvergoedingen van politici. Zo hekelt PVDA-voorzitter Peter Mertens op sociale media de hoogte van Johan Van Overtveldt (N-VA) zijn uitstapvergoeding. Oud-minister van Defensie, Sander Loones (N-VA), neemt zijn uittredingsvergoeding niet op. “Uitstapvergoeding voor minister die nog geen maand aan de slag was, is [niet logisch]. Die weiger ik”, klinkt het op Twitter.

Van Overtveldt – meer dan vier jaar minister van Financiën – en Loones – 1 maand minister van Defensie – hebben allebei recht op een uittredingsvergoeding. Voor Van Overtveldt zou de regeling neerkomen op een maandelijkse vergoeding vergelijkbaar met een parlementaire wedde. Deze zou hij maximaal tien maanden kunnen krijgen. Neemt hij die volledig op, en raakt hij in mei niet verkozen, dan komt het eindtotaal volgens Van Overtveldt “in de buurt van de 94.000 euro”.

Loones heeft eveneens recht op een ontslagvergoeding, alleen bedraagt deze ‘maar’ maximaal 38.000 euro gelet op zijn korte ambtsperiode. De N-VA’er gaat deze evenwel niet opnemen. “Een correcte werkloosheidsuitkering of uitstapregeling voor mensen die jarenlang keihard gewerkt hebben is logisch”, stelt de West-Vlaming op Twitter. “Een uitstapvergoeding voor een minister die nog geen maand aan de slag was, is dat niet. Die wil ik niet. Met onze en mijn stem tegen Marrakesh kies ik voor geloofwaardigheid. En die is onbetaalbaar.” 

Voormalig minister van Financiën Van Overtveldt neemt zijn vergoeding wel op. “Ik heb vier jaar keihard gewerkt en dat is eigenlijk nog een eufemisme. Ik heb recht op dat type vergoeding”, klinkt het. Loones steunt op Twitter zijn partijgenoot in deze materie. “Zoals iedereen na jarenlang keihard werken en bijdragen ook aanspraak moet kunnen maken op een degelijke, correcte en in de tijd beperkte werkloosheidsvergoeding”, klinkt het bij de oud-minister.

Wederom kritiek op uittredingsvergoedingen?

Enkele dagen geleden hekelde PVDA-voorzitter Mertens de uittredingsvergoeding van Van Overtveldt. Alleen kan Van Overtveldt op deze vergoeding – in weerwil van wat Mertens op Twitter beweert – geen twee jaar een beroep doen. Integendeel, na tien maanden is het, althans volgens de oud-minister, afgelopen.

Enkele weken geleden waren de vertrekpremies eveneens in het nieuws nadat bleek dat Vlaams Welzijnsminister Jo Vandeurzen (CD&V) en CD&V-Kamerlid Eric Van Rompuy op een royale regeling konden rekenen. Zo kan Vandeurzen bij zijn vertrek aanspraak maken op 391.000 euro. Voor Van Rompuy gaat het om ruim 470.000 euro.

ADVERTENTIE