Met het terugtrekken van de Amerikaanse troepen uit Syrië vervult de Amerikaanse president Donald Trump een belangrijke campagnebelofte. De terugtrekking van de troepen betekent echter niet dat de regering van Trump geen grootste plannen voor de regio koestert, integendeel. Alles wordt in het werk gesteld om de macht van de Islamitische Republiek van Iran te breken. Dit leidt tot nieuwe en onwaarschijnlijke bondgenootschappen, die de regio onherkenbaar lijken te veranderen.

Op 21 december nam de Amerikaanse minister van Defensie, generaal Jim ‘Mad Dog’ Mattis, ontslag uit de regering van president Donald Trump (Rep.). De spreekwoordelijke druppel die daarvoor de aanleiding vormde was de abrupte beslissing van de president om zowat alle (officiële) troepen uit Syrië terug te trekken. Trump heeft daarenboven de terugtrekking van de helft van 14.000 Amerikaanse troepen in Afghanistan bevolen. Mattis zou tevergeefs geprobeerd hebben Trump van gedachten te veranderen.

America first

Met het terughalen van Amerikaanse troepen uit het Midden-Oosten vervult Trump natuurlijk een belangrijke campagnebelofte. Sinds 2001 zijn de Verenigde Staten verwikkeld in een quasi-permanente oorlog in het Midden-Oosten. Het was de Republikein George W. Bush die het beleid in gang zette. De Democraat Barack Obama zette het verder, verkiezingsbeloften ten spijt. Obama haalde wel het merendeel van de Amerikaanse troepen terug uit Irak. Anderzijds breidde hij de drone-aanvallen in de regio sterk uit. Zowat elke verkozen Amerikaanse president van de afgelopen decennia, Bush inbegrepen, beloofde overigens minder ‘buitenlandse avonturen’. 

De Verenigde Staten hebben troepen in Afghanistan, Irak, Jemen, Syrië en Libië, om maar enkele plaatsen te noemen. Ook werden er opleidingen, wapens en andere vormen van steun geleverd aan groeperingen van allerlei bedenkelijk allooi, waaronder ook in Syrië.

Zelden werden de vooropgestelde doelen bereikt. In veel gevallen waren de resultaten zelf desastreus. Met het uitschakelen van dictatoren als Moammar Khadaffi en Saddam Hoessein opende men de Doos van Pandora. Het vacuüm werd gevuld door islamisten. Sektarisch geweld, burgeroorlogen en eindeloze vluchtelingenstromen waren het gevolg. In veel gevallen zijn de grootste slachtoffers de etnische en religieuze minderheden, niet in het minst de christenen van het Midden-Oosten. 

Trump beloofde Islamitische Staat te verslaan. Toen hij verklaarde dat hij de Amerikaanse troepen zou terughalen uit Syrië liet hij ook triomfantelijk weten dat hij in zijn doel geslaagd was. Al moest hij “ISIS verslagen” na enkele terechtwijzingen bijstellen naar “ISIS grotendeels verslagen”De terreurgroep heeft immers nog altijd een aanwezigheid in Syrië. Ook zijn er nog wereldwijd filialen en ‘copycats’ van de groep actief. In het verslaan van IS ziet Trump alvast een sleutelrol weggelegd voor de Turkse president Recep Tayyip Erdogan (AKP). De Noord-Syrische Koerden, trouwe bondgenoten van de VS, lijken in dat plan nevenschade te worden.

‘The Israeli connection’

Het hoofddoel van het Midden-Oostenbeleid van Trump blijft erin bestaan de macht van de Islamitische Republiek van Iran te breken. Niet Amerikaanse troepen en Amerikaans geld moeten dat doel te bewerkstelligen, maar de bondgenoten in de regio. Met die visie op Iran zitten de Verenigde Staten terug op één lijn met hun Israëlische bondgenoten. De regering van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu (Likoed) ziet niet de Islamitische Staat, maar Iran en haar vele satellieten in Gaza, Libanon en Syrië als het grootste gevaar voor de vrede in de regio. De spanning rondom Israël nam de laatste jaren steeds meer toe.

De banden tussen Trump en de Israëlische premier Netanyahu zijn opperbest en gaan terug tot nog voor Trump verkozen werd tot president. Jared Kushner, de joodse schoonzoon van Trump, speelde daarin een sleutelrol. Netanyahu zag al vroeg een gouden kans om het Midden-Oostenbeleid van Obama ongedaan te maken.

De animositeit tussen Obama en Netanyahu is welbekend. Obama zou zich te verzoenend hebben opgesteld tegenover Teheran – denk aan de nucleaire overeenkomst, volgens Trump “de slechtste deal ooit”. Maar hij had ook kritiek op het Israëlische nederzettingenbeleid. De alliantie, met alle bijbehorende militaire steun, bleef weliswaar in stand. Toch was de Amerikaanse onthouding bij de goedkeuring van een VN-resolutie die het Israëlische nederzettingenbeleid bekritiseerde tekenend voor de koele relaties. Velen zagen hierin een een laatste opgestoken middenvinger van regering-Obama aan Netanyahu.

Iran won bij Amerikaans Midden-Oostenbeleid

Teheran maakte alleszins handig gebruik van de chaos die ontstond na de Arabische Lente, de Amerikaanse invasies in de regio en de Syrische oorlog. Van Beiroet tot Sana’a tot Baghdad versterkten de Perzen hun positie. De ‘Popular Mobilization Units’ in Irak, de Hezbollah in Libanon, Hamas en Islamitische Jihad in de Gazastrook, president Bashar al-Assad in Syrië, de Houthi-beweging in Jemen: allen bevinden ze zich in meerdere of mindere mate in de Iraanse invloedssfeer. De ironie wil dat Iran het beste uit de voorbije decennia van Amerikaans Midden-Oostenbeleid is gekomen.

Onder Trump stapten de Verenigde Staten uit het nucleaire akkoord met Iran. Ook implementeerde hij een hele rist zware sancties tegen het land. De anti-Iran-lijn van Trump werd overigens in andere beleidsdomeinen doorgetrokken. Denk aan de befaamde ‘moslimban’ van Trump. Zowel critici als verdedigers van het beleid wezen er op dat de benaming onjuist was, aangezien de lijst lang niet alle moslimlanden omvatte. Zo ging Saoedi-Arabië, het land dat de kamikazes voor 9/11 leverde, bijvoorbeeld vrijuit. In de plaats daarvan maakten zo goed als alle landen deel uit van de zogenaamde ‘As van het Verzet’ – Iran en andere Midden-Oostenlanden die een sterke anti-Amerikaanse en anti-Israëlische beleidspositie hanteren.

Saoedi-Arabië

Naast Israël is de tweede sleutelrol in het Midden-Oosten van Trump weggelegd voor Saoedi-Arabië. Traditioneel is het land, vele controverses ten spijt, een belangrijke bondgenoot van de Verenigde Staten in de regio. Het nieuwe in dit verhaal is de mate van toenadering tussen Israël en het Koninkrijk. Hoewel de vijandige retoriek in het verleden niet geschuwd werd, vonden er de laatste jaren veel ontmoetingen achter de schermen plaats om toenadering te zoeken. Het is deze onmisbare rol van Riyadh in de strijd tegen Iran die Trump ervan weerhield de Saoedi’s te veroordelen in de zaak van de vermoorde journalist Jamal Khashoggi.

Tekenend voor deze toenadering tussen Riyadh en Tel Aviv was de uitspraak van kroonprins Mohammed bin Salman dat de “Israëli’s recht hebben op een eigen land”. Terwijl Trump voor een radicale pro-Israëlische koers gaat ten koste van de Palestijnen, klinkt er steeds minder protest vanuit Riyadh. Of hoe de Palestijnse zaak voor de Saoedi’s op het achterplan geraakt, ten koste van betere banden met Israël in hun gemeenschappelijke strijd tegen Iran.

Terugtrekken troepen uit Irak

Obama kondigde op 21 oktober 2011 de volledige terugtrekking van de Amerikaanse troepen uit Irak aan. Het was een beslissing waar zijn opvolger Trump veel kritiek op uitte. Het was overigens Trump zelf die de opkomst van de Islamitische Staat toedichtte aan het weghalen van Amerikaanse troepen uit Irak. “Ik zou er [Irak] in de eerste plaats niet naartoe gegaan zijn”, zei Trump. Maar het “weghalen van de troepen zoals Obama het deed” heeft volgens Trump tot de opkomst van IS geleid.

Veel van de critici van het besluit van Trump trekken een parallel met dat citaat. Al gaat de vergelijking niet helemaal op, aangezien de Amerikaanse aanwezigheid in Irak veel groter was. De vraag blijft wel bestaan of de terugtrekking van Amerikaanse troepen uit Syrië niet de positie van Iran versterkt.

https://sceptr.net/campaigns/doneer/donate/