Het Italiaanse parlement keurde deze zaterdag de eerste begroting goed van de nieuwe regering onder leiding van Giuseppe Conte. Die bevat 32 miljard extra uitgaven en besparingen en laat het tekort in 2019 oplopen tot 2,04% van het bbp, wat minder is dan de aangekondigde 2,4% uit het vorige begrotingsvoorstel, dat door de EU afgeschoten werd. De regering zelf spreekt over een “begroting voor het volk”. Dat meldt Knack.

Eind september pakte de Italiaanse regering uit met een begroting waarvan het tekort opliep tot 2,4%. Daarmee was het tekort drie keer groter dan de doelstelling van de vorige regering. Het Zuid-Europese land tartte zo de wensen van de EU. Het begrotingsakkoord tussen de rechts-nationalistische Lega van vicepremier Matteo Salvini en de links-populistische Vijfsterrenbeweging van vicepremier Luigi Di Maio heette “historisch”. Het was “een overwinning voor de Italiaanse burgers.” “Voor het eerst in de geschiedenis van dit land zullen we de armoede uitbannen dankzij het basisinkomen”, zei Di Maio.

Maar dat was buiten de Europese Unie gerekend. Hoewel Italië weliswaar onder de limiet van de 3 procent bleef, verwees de Europese Commissie de begroting van het Zuid-Europese land naar de prullenmand. “De Italiaanse regering gaat openlijk en bewust in tegen de toezeggingen die gedaan zijn”, liet de vicevoorzitter van de Commissie Valdis Dombrovskis optekenen. Rome kreeg drie weken de tijd om een nieuwe begroting in te dienen.

Maar wat zit erin?

En die nieuwe begroting is nu door het Italiaanse parlement. De belangrijke verkiezingsbelofte van de Vijfsterrenbeweging, het burgerinkomen, bleef daarbij bewaard, maar het budget daarvoor bracht men terug van 9 miljard euro naar 7,1 miljard. Het burgerinkomen voorziet 780 euro per maand voor de 1,7 miljoen armste gezinnen van Italië en moet daarmee de relatief hoge armoede, vooral in het zuiden van het land, temperen.

Voor de Lega zit er ook wat lekkers in. Zo komt er fiscale amnestie voor belastingplichtigen die geen belastingen betaald hebben tussen 2000 en 2017 maar die wel volledig of gedeeltelijk hun belastingen hebben aangegeven. Daarnaast maakt de begroting het, zoals beloofd, mogelijk om de voorwaarden te versoepelen waarmee men op pensioen kan gaan. De huidige wet bepaalt dat pensioen mogelijk is vanaf 67. De nieuwe regeling laat toe te stoppen op 62 als men 38 jaar heeft bijdragen. Deze maatregel kost 3,9 miljard in 2019 en zal oplopen tot 8,6 miljard in 2020. Hiermee lijkt Italië in te gaan tegen de algemene trend van pensioenverhogingen in West-Europa om de uitgaven betaalbaar te houden. Wel zal men de zogenaamde ‘gouden pensioenen’ verminderen.

Andere maatregelen zijn: slechts 15 procent belastingen voor ongeveer een miljoen zelfstandigen en vakmannen met een omzet van minder dan 65.000, een webtaks van 3 procent op online goederen, diensten en reclame en een significante verhoging van de belastingen voor ondernemingen, vooral voor banken en verzekeringen. Voor vzw’s zal die zelfs verdubbelen. Tot slot trekt men nog een extra 3,6 miljard uit voor investeringen in infrastructuur de komende legislatuur. Die komen bovenop de 38 miljard die al voorzien was over een periode van 15 jaar.