Er vloeiden al veel hectoliters inkt in kranten en digitaal over identiteitspolitiek. Veel meer dan dat goed onderzoek over culturele identiteit aan bod komt. Het is altijd opletten als de verhouding tussen communicatie en inhoud bepaalde proporties overstijgt. Friedrich Nietzsche schreef “Never trust a thought that occurs to you indoors.” In zijn maandelijkse column zoomt Ivan Van de Cloot dan ook in op de empirische studies inzake identiteit en dan vooral die uit Europa want ook in dit domein worden al te vaak discussies uit de Verenigde Staten zomaar overgenomen in ons land.

Westerse waarden

Alesina, Tabellini en Trebbi onderzochten cultuur volgens vijf dimensies. Ten eerste, religiositeit en de bijbehorende aanvaarding van bijvoorbeeld euthanasie of zelfmoord. Ten tweede, de rol van genderkwesties. Ten derde, seksuele moraliteit, zoals abortus, homoseksualiteit, echtscheiding. Ten vierde, de rol van de staat in de samenleving en de economie. En ten vijfde, individuele waarden die men ook kinderen wil leren, zoals gehoorzaamheid, hard werken, zelfstandigheid. Betreffende deze vijf dimensies werd in kaart gebracht in welke mate menselijke attitudes in Europa verschillen dan wel gelijklopen. De conclusie was dat er op dit vlak veel gemeenschappelijke opvattingen zijn onder Europese inwoners.

Een deel van de deze waarden worden uiteraard ook in de Verenigde Staten gedeeld zodat er voor een stuk kan gesproken worden van ‘Westerse waarden’ hoewel dit niet over de hele lijn opgaat. Er is interne variatie in wat klassiek als ‘het Westen’ wordt gezien maar voor veel domeinen is er wel minder variatie tussen Westerse staten dan tussen het Westen en andere regio’s in de wereld.

Voor Europa kan wel degelijk iets geïdentificeerd worden onder de noemer van ’moderne sociale democratie’ in combinatie met een functionerende markteconomie. De attitudes inzake de rol van vrouwen, tolerantie voor diversiteit in seksualiteit en religie zijn nog in significantie toegenomen. Opmerkelijk is toch dat in Afrika bijvoorbeeld culturele heterogeniteit meer verloopt volgens de lijnen van etniciteit wat in veel Europese naties in elk geval al minder aanvaard wordt.

Oorsprong en evolutie van cultuur

De invloed van cultuur blijkt bijvoorbeeld ook uit de mate waarin parkeerovertredingen van diplomaten bij de Verenigde Naties in New York overeenkwamen met de mate van corruptie in het thuisland. Dezelfde auteur vond ook een link tussen de gewelddadige wijze van spelen van bepaalde voetballers en de geschiedenis van burgerconflicten in het land van oorsprong.

Onderzoek exploiteert dan ook vaak data over de waarden van migranten van eerste en latere generatie om te bestuderen in welke mate die een rol spelen. Menselijke keuzen inzake het aantal kinderen, arbeidsparticipatie van de vrouw maar ook het spaargedrag blijken allemaal grote culturele effecten te vertonen. De genderrollen blijken vandaag nog steeds te verschillen tussen verschillende culturen in de mate dat deze voortspruiten uit een geschiedenis waar de man vooral op het land moest werken met de ploeg. In landbouwgebieden waar de schoffel domineerde, werkte de vrouw evengoed op het land. En die regio’s zouden vandaag samenvallen met sterkere normen van gelijkheid tussen man en vrouw.

Relevant is ook dat religie bij groepen minder aan evolutie onderhevig is dan (andere) culturele effecten hoewel die ook nog heel lange tijd doorwerken. Instituties zoals wetgeving kunnen daarentegen sneller veranderen. Zo gebruikten onderzoekers het feit dat bepaalde gebieden vandaag in twee verschillende natiestaten liggen maar dat de inwoners er eeuwenlang onderdanen waren van het Habsburgse rijk om de scheidingslijn tussen culturele en institutionele effecten te bepalen. Dit blijkt niet alleen voor corruptie van de publieke administratie vandaag nog steeds te wegen maar ook voor democratische overtuigingen bij burgers. Een verwante bevinding is dat bewoners van vandaag onderscheiden gebieden die lang onderdeel waren van een vroeger imperium (Habsburgs, Ottomaans , Pruisisch of Russisch) onderling een culturele afstand hebben die een derde kleiner is. Wat we vandaag de Westerse cultuur noemen is wat we geërfd hebben van de christelijke religie in combinatie met de Griekse en Romeinse Oudheid. De persistentie daarvan wordt toegeschreven aan de dominantie van de imperialistische cultuur die vandaag niet meer mogelijk is met de toegang tot de talloze vormen van kennis.

Dan zijn er ook nog zogenaamde laboratoriumonderzoeken waarbij buitenlandse studenten aan bepaalde sociale experimenten worden onderworpen. Heel vaak worden die bijvoorbeeld gebruikt om te meten in welke mate diep geworteld vertrouwen een culturele component heeft. Het belang daarvan op onder meer economische resultaten is immers moeilijk te overschatten.

Naties met meer maatschappelijk vertrouwen kennen een hoger inkomen per hoofd, meer innovatie, investeringen. Factoren die er vaak mee samen hangen zijn grotere rekenschap bij politici en grotere delegatie binnen organisaties. Culturele verschillen inzake individualisme (versus collectivisme) hangen daarmee ook gedeeltelijk samen onder meer inzake hogere kwaliteit van instituties en landen met sterker individualisme blijken ook vroegere democratisering te hebben gekend.

Cruciale vragen voor de leefbaarheid van onze maatschappij betreffen welke oorzaken achter culturele verandering liggen. Daarbij is het ook belangrijk te weten wat de origine is van bepaalde culturen. De hechting aan de eigen culturele identiteit blijkt net sterker te zijn in buurten die veeleer gemengd zijn dan gesegregeerdDe sterkste transmissie van waarden en overtuigingen vindt uiteraard plaats tussen ouders en kinderen en dat gaat ook op voor vertrouwen.

Gezien de inertie van cultuur wint de analyse naar de oorsprong van bepaalde culturele fenomenen nog aan belang. De hogere niveaus van doodslag in het zuiden van de Verenigde Staten wordt geassocieerd met de komst van eerste migranten daar die eerder Schotse en Ierse veeboeren betrof die een cultuur van eer kenden. Dat vee gemakkelijker te stelen valt dan land en geweld als afschrikking voor veedieven werkte, zou hier aan de basis liggen. Waar deze groepen in de meerderheid waren, bleek dit erg lang doorwerken. Regio’s met instituties die de absolute macht sneller inperkten, vertonen vandaag een grotere burgerzin.

Relevant is dat niet alle culturele trekken even weerbarstig zijn aan evolutie. Zo zouden religieuze, familiale en morele waarden persistenter van aard zij. Attitudes tegenover samenwerking, voorhuwelijkse betrekkingen en frequentie van religieuze praktijk blijken sneller te convergeren. De snelheid blijkt echter opnieuw afhankelijk te zijn van de origine van de voorouders. Culturele diversiteit hangt dan weer samen met hogere openheid naar handel.

Gemeenschappelijke culturele patronen worden zichtbaar wanneer onderzoekers bijvoorbeeld de verschillen in kaart brengen tussen Chinese en Westerse maatschappijen. In het oude China was de gemeenschap gebaseerd op de clan of uitgebreide familiale relaties terwijl in het premoderne Europa de steden een belangrijke rol speelden. Die investeerde in een juridische systeem en voorzagen in veiligheid, opleiding en armoedeverlichting. In China werden die functies opgenomen door de clanoudsten. Vandaag kan gemeten worden dat het vertrouwen in China zich vaak beperkt tot die clan en  betrekkingen met buitenstaanders direct veel problematischer zijn. Een belangrijk spanningsveld in de literatuur is dat tussen collectivistische versus individualistische waarden. Dit wordt onder meer verklaard door het voorkomen van bepaalde gevaarlijke ziektekiemen in bepaalde regio’s van de wereld. Daar was het traditioneel des te belangrijk was om strikte normen te ontwikkelen in verband met de omgang met vreemden, seksuele betrekkingen, openheid voor experiment en strikte naleving van collectieve normen. In China zou ook het onderscheid spelen tussen regio’s met intensieve rijstteelt (die grotere coöperatie vereist) en die waar tarwe domineert.

Figuur: Percentage Chinezen en Britten die zeggen dat ze andere groepen ‘volledig’ (zwart) of ‘gedeeltelijk’ (grijs) vertrouwen (op basis van bevindingen uit de World Values Survey van 2005).

Implicaties voor maatschappelijke uitdagingen

Wetenschappers hebben de voorbije jaren uitgebreid in kaart gebracht in welke mate culturele factoren samenhangen met de welvaartsverschillen in de wereld. Onderstaande grafiek toont dit op het niveau van regio’s in Europa en spreekt op dat vlak voor zich.

Figuur: Europese volgens een samengestelde culturele maatstaf en inkomen per hoofd (Tabellini & Harrari)

Een belangrijke vaststelling uit onderzoek is dat ondanks (of net niet) decennia van Europese integratie de culturele verschillen in Europa niet zijn afgenomen. Voor economen is dit niet zo verrassend aangezien minder barrières typisch leiden tot meer specialisatie en dus potentieel tot het uitdiepen van verschillen. Dit is evident zo gauw je beseft dat er ook binnen landen (en niet alleen in Europa) grote culturele verschillen voorkomen.

Een van de grote punten vandaag is de kloof die meer en meer ontstaat tussen een belangrijker wordende kosmopolitische elite en mensen die zich eerder de verliezers van de globalisering voelen. Wat wetenschappers onder meer in kaart hebben kunnen brengen is dat culturele afstand zich niet per se één op één verhoudt met fysieke afstand. Zo is één van de cruciale punten in Europa de culturele verschillen tussen Frankrijk en Duitsland wat geografische buurlanden vormen.

Het is niet zo dat er een determinisme zou zijn tussen culturele verschillen en de mogelijkheid om tot gemeenschappelijke politieke structuren te komen. Daar is de Verenigde Staten in zekere mate een illustratie van gegeven de belangrijke interne culturele verschillen (onder meer tussen staten). Traditioneel hanteren naties een heel instrumentarium om cohesie te bevorderen. Tussen Noord- en Zuid-Italië bestaat een grote economische kloof maar tot vandaag heeft de binding het uitgehouden. Dat wijst aan dat instituties zoals de Grondwet, tradities, de geschiedenis en onderwijs al veel testen hebben doorstaan.

De bevindingen van grotere verschillen doen wel vragen opwerpen of er in Europa net niet meer ingezet moet worden op decentralisatie. Zeker de kloof tussen de elite en de rest van de bevolking moet velen tot reflectie dwingen. Het idee om een ​​gemeenschappelijke munt te introduceren voor heterogene landen is een polariserend project gebleken dat evengoed veel mensen tegen elkaar heeft opgezet. Een gevaar is dat projecten van samenwerking een tendens hebben om door te schieten. Ze brengen hun eigen dynamiek op gang waarbij niet altijd voldoende feedbacklussen bestaan of het project nog wel in connectie staat met noden op het terrein.

De Europese Unie is op dat vlak een onderwerp van verhitte discussies maar bijvoorbeeld ook de bredere mondiale infrastructuur van handelsoverleg. Initieel gingen de discussies daarbij over het reduceren van expliciete tarieven op industriële producten en quota’s aan de grens. Onder het huidige regime van de wereldhandelsorganisatie kwamen ineens discussies op gang over binnenlands beleid inzake subsidies, gezondheid, veiligheid en intellectuele eigendom. Elke regulering die de import zou afremmen kan nu behandeld worden als een handelsbeperking. Het ondergeschikt maken van binnenlands beleid of het nu gaat over arbeidsvoorwaarden, belastingsstelsels of technologische ontwikkeling aan het handelsregime is heel wat anders dan enkele afspraken maken over handelstarieven. Dan hebben we het nog niet over nog gevoeligere onderwerpen zoals het beheren van migratiestromen. Net de kennis van culturele verschillen maar ook van historische institutionele verschillen moet ons leiden in de complexe discussie in welke mate samenwerking en noodzakelijk en mogelijk is maar anderzijds ook in de mate we op grenzen kunnen botsen die wijzen op de noodzaak van decentralisatie. Cultuur negeren in de politiek breekt in elk geval op termijn steeds zuur op.

ADVERTENTIE