Het einde van het fenomeen de ‘gele hesjes‘ lijkt nog niet in zicht. Zaterdag protesteerden actievoerders de ganse dag op tal van plaatsen in Frankrijk. Parijs kreeg het ergste te verduren. In de Franse hoofdstad ontaardde het protest in rellen, brandstichtingen en plunderingen. Dat berichten VRT NWS en de Franse krant Le Figaro. De politie zette de Champs-Elysées af en pakte 270 mensen op. Er vielen meer dan 100 gewonden en er hingen rookpluimen in de skyline.

De dag begon met een aangekondigde vreedzame betoging langs de Champs-Elysées. Maar al snel werd het duidelijk dat de dag niet vreedzaam zou eindigen. Op de Place d’Étoile, aan de Arc de Triomphe, braken rond 09u00 zaterdagochtend al schermutselingen uit tussen betogers en de ordediensten. Die laatsten controleerden al sinds 06u00 de toegang tot het plein en schakelden traangas in toen ‘gele hesjes’ de blokkade probeerden te doorbreken.

De betogers slaagden er niet in om de Champs-Élysées te bereiken en konden enkel de Place d’Étoile bezetten. Vervolgens probeerden ze met barricades zelf de toegangen te controleren rond de meest iconische laan van Parijs. Er ontstond een kat-en-muisspelletje tussen de actievoerders en de politie, die met gele verf bekogeld werd. Betogers hadden vaak maskers op en bescherming aan, wat al deed vermoeden wat er komen zou.

Minister van Binnenlandse Zaken Christophe Castaner en staatssecretaris Laurent Nunez kwamen iets na 10u ter plaatse om de ordediensten een hart onder de riem te steken. “Ik wou hen groeten en bedanken omdat zij aanwezig zijn. Zij zijn er om de manifestanten te beschermen, de Parijzenaren en de toeristen.”

Rond 11u lieten de ordediensten dan toch een aantal ‘gilets jaunes’ toe op de Champs-Élysées, na identiteitscontrole en fouillering. Deze hielden zich betrekkelijk kalm in tegenstelling tot hun ‘kameraden’ buiten de perimeter. Maar na de vernieling van de vorige betoging hadden de winkels van de bekendste avenue toch hun voorzorgen genomen. Vele winkels waren langs de buitenkant gebarricadeerd.

Parijs brandt

Vanaf de middag namen de protesten een steeds grimmigere sfeer aan. Onruststokers aan de Arc de Triomphe en op diverse plaatsen rondom de Champs Élysées begonnen met stenen te gooien en er klonken explosies. Staatssecretaris Nunez keurde het geweld af en verdedigde de maatregelen: “Dit zijn vechtersbazen en enkel vechtersbazen. Het zijn geen ‘gele hesjes’. Zij bevinden zich buiten de beveiligingszone en de ordediensten proberen hen te ontbinden. De veiligheidszone [rond de Champs Élysées] is gepast”

In de namiddag en zeker tegen het vallen van de avond, gingen de oproerkraaiers steeds driester te werk. Daarbij werd de lokale omgeving niet ontzien. Ze staken verschillende auto’s en kiosken in brand en begonnen winkels te plunderen. “Het is veel revolutionairder dan de vorige keer”, verklaarde een journalist ter plaatse van Le Figaro. Het centrum van Parijs veranderde steeds meer in een slagveld van urbane guerrilla. Volgens de politievakbond zou er ook een halfautomatisch vuurwapen gestolen zijn uit een politiecombi. Veel van zulke combi’s hebben de avond overigens niet overleefd. De Arc de Triomphe werd beklad met graffiti: “De gele hesjes zullen triomferen.”, “Einde van het regime.”

 

Macron heeft het “laten aanslepen tot ongelofelijke proporties”

De politieke reacties bleven dan ook niet uit. Sommigen kozen ondanks de wantoestanden en het geweld toch nog de kant van de betogers. Voormalig lid van de PS en stichter van het linkse La France insoumise Jean-Luc Mélanchon legt de schuld bij de regering. Hij liet verstaan dat volgens hem de gevestigde macht “een zwaar incident wilt om op de angst in te spelen”.

Marine le Pen van het rechts-nationalistische Rassemblement National, voorheen bekend als Front National, verweet president Emmanuel Macron dat hij de situatie had “laten aanslepen tot ongelofelijke proporties”. Ze riep hem op om de leiders van de oppositiepartijen te ontvangen, in het bijzonder haar partij, wanneer hij terug is uit Argentinië. Macron woont daar de G-20 top bij en was dus niet in het land tijdens de protesten in Parijs.

Nicolas Dupont-Aignan, de leider van het kleine rechts-nationalistische Debout la France, beschuldigde de regering er zelfs van het geweld “in scène te zetten”“Het is de regering die de oproerkraaiers systematisch elke zaterdag hun gang laat gaan om onze volksbeweging in diskrediet te brengen,” zo zei hij. Dupont-Aignan steunde Le Pen tijdens haar campagne voor het presidentschap vorig jaar.

De voorzitter van de conservatieve partij Les Républicains, Laurent Wauquiez gaf namens zijn partij aan dat hij “zeer verontrust is” en veroordeelde wel het geweld. Niettemin is het geweld dat “de president en de regering het land hebben aangedaan”. “Wat heeft dat gevoed?” zo vroeg hij zich af. Men heeft volgens hem de woede aangewakkerd door de afwezigheid van “een luisterend oor en een uitgestoken hand”, en hij herhaalde zijn pleidooi voor een referendum over Macrons ecologisch en fiscaal beleid.

Geen mildheid van de president

De president van de Franse Republiek reageerde zelf vanuit Argentinië: “Wat er is gebeurd heeft niets te maken met de vreedzame uitdrukking van een legitieme grief”, verklaarde hij. “Geen enkele reden rechtvaardigt” volgens hem deze toestanden. De schuldigen “willen chaos. Zij verraden de zaak die zij pretenderen te steunen. Zij zullen worden geïdentificeerd en verantwoordelijk gehouden en hun daden zullen voor het gerecht komen.” Het is nauwelijks de verzoenende taal die sommigen uit de oppositie willen horen. Macron heeft vandaag een onderhoud met de verantwoordelijken in de regering vanaf dat hij terug in het land is.

Waar gaat het heen?

Op het eerste zicht lijkt het erop dat het momentum van de ‘gele hesjes’ nog steeds toeneemt met zaterdag als triest hoogtepunt. Als we echter naar de opkomst kijken zien we een ander beeld. Volgens cijfers van de regering waren er gisteren zo’n 75.000 betogers. Dat is al een pak minder dan de 282.000 betogers op de eerste actiedag midden november. Het is ook een daling ten opzichte van de week ervoor, toen men er 106.000 telde. Het lijkt er dus op dat veel Fransen het protesteren moe zijn en dat een harde kern van actievoerders overblijft.

Maar dat betekent natuurlijk niet dat steun onder de bevolking er daarom minder op wordt. De gele hesjes protesteerden aanvankelijk tegen de steeds verhogende brandstofprijzen in Frankrijk de afgelopen jaren. Nu lijkt het ongenoegen steeds meer gefocust op het algemene fiscale beleid van de Franse regering. De Franse president Macron onpopulair noemen is ondertussen ook bijna een understatement. Ondertussen maakt hij mooi weer in de rest van EU met grootse voorstellen van meer Europese integratie en preken tegen populisme en nationalisme.

Het Franse burgerprotest bleef niet enkel beperkt tot onze zuiderburen. Als het regent in Frankrijk, druppelt het in Franstalig België en niet veel later vond de actie ook weerklank in Wallonië. Daar had men onder andere de E19 afgesloten en verschillende faciliteiten. Daardoor kwamen na verloop van tijd tot een derde van de tankstations droog te staan. Uiteindelijk werden zo’n 20 actievoerders opgepakt terwijl de brandstofsector opriep om kordater op te treden. Niet veel later sloeg de vonk ook in in Brussel, waar actievoerders afgelopen vrijdag de Wetstraat inpalmden. Een 40-tal mensen werden ingerekend. Het protest bleef echter grotendeels beperkt tot Franstalig België. In Vlaanderen sloeg de actie niet aan, op een kleinschalige betoging in Genk na.