Vorige week veroorzaakten de vertrekpremies van onder meer Vlaams Welzijnsminister Jo Vandeurzen (CD&V) en CD&V-Kamerlid Eric Van Rompuy ophef. ‘Te hoog’ ‘en niet nodig’, klonk het bij critici. Vandaag raakte bekend dat een werkgroep van het Vlaams Parlement zich over de uittredingsvergoedingen gaat buigen. Woensdag komt volgens BELGA de werkgroep voor het eerst samen.

Bij zijn vertrek zou Welzijnsminister Jo Vandeurzen zo’n 428.000 euro, waarvan 8,5 procent pensioenbijdrage wordt afgetrokken ofte een bedrag 391.000 euro, krijgen. “400.000 euro is veel geld, ik schrik er zelf van”, reageerde de christendemocraat tegenover Het Belang van Limburg. Naar eigen zeggen gaat de minister “nadenken over hoe [hij] een deel van dat geld kan investeren in de maatschappij”. Ook CD&V-Kamerlid Van Rompuy maakt aanspraak op een royale uittredingsvergoeding. Zo staat hij op het punt om na zijn vetrek in maandelijkse schijven maar liefst 477.000 euro te ontvangen. Daar moet wel nog 8,5 procent pensioenbijdrage af, wat neerkomt op zo’n 436.455 euro.

Trop is te veel?

Trop is te veel, schijnen ook politici te denken. Zo liet eerder de voorzitter van het Vlaams Parlement, Jan Peumans (N-VA), al verstaan dat men hier opnieuw over mag debatteren. Ook andere partijen zouden volgens persagentschap BELGA het systeem opnieuw onder de loep willen nemen.

Het gevolg? Vandaag besliste het Uitgebreid Bureau van het Vlaams Parlement om de werkgroep ‘leden’ opnieuw samen te roepen. Deze werkgroep, die eerder al nadacht over het nieuwe statuut van de Vlaamse parlementsleden, bestaat uit de voorzitter van het parlement en de respectievelijke fractieleiders. Normaliter komt de werkgroep woensdag voor het eerst samen.