Het noodfonds van de Verenigde Naties geeft 9,2 miljoen dollar (8,2 miljoen Euro) humanitaire hulp aan Venezuela. De steun is bestemd voor medische zorg voor kwetsbare mensen en eten voor zwangere of net bevallen vrouwen en kinderen tot 5 jaar. Venezuela is een land met de grootste oliereserves in de wereld, heel wat aardgas en grote goudvoorraden in de grond, maar de socialistische regering slaagt er niet in veel welvaart te genereren.

Het aanvaarden van de steun is een beleidswijziging voor president Nicolas Maduro. Normaal legt hij de oorzaak bij de politieke en economische crisis bij internationale sancties en weigert hij dan ook internationale hulp.

Socialistische economie

De linkse economische keuzes van de populistische socialist Chavez brachten het land op de rand van de afgrond. Sinds 2010 is het voor Venezuela alleen maar bergaf gegaan. Het land kent een van de zwaarste crisissen ooit op het Amerikaanse continent. Venezuela kampt met hongersnood, ziekte, massa-emigratie en stijgende sterfte. Bovendien is er ook erg veel politieke corruptie en machtsmisbruik van de overheid.

Het BBP van Venezuela is tussen 2013 en 2017 sterker gekrompen dan dat van de VS tijdens de Grote Depressie of Rusland of Cuba bij de val van de Sovjet-Unie. De inflatie is astronomisch hoog (52.000% dit jaar tot november 2018) en de economie krimpt elk jaar met 20 procent.

Failed state

De gevolgen voor de bevolking zijn dan ook zwaar. 75 procent van de Venezolanen zou gemiddeld acht kilogram vermagerd zijn en 90 procent leeft in armoede. Bijna drie miljoen mensen zouden het land ontvlucht zijn. Dat is bijna een op de tien inwoners. Venezuela haalt ook erg hoge moordstatistieken. In 2015 was het koploper met 90 moorden per 100.000 inwoners. Voor België zit dat aantal rond de 1,9.