Opnieuw zijn de uittredingsvergoedingen van Belgische politici onder vuur komen liggen. In zijn opinie-editoriaal haalt SCEPTR-hoofdredacteur Jonas Naeyaert de praktijk door de mangel. “De uittredingsvergoeding voor politici dient niet echt ter vervanging van de werkloosheidsuitkering. Het is een duidelijk voorbeeld van schaamteloze zelfbediening. De regeling werd bovendien enkel door de loep van de pers en verontwaardiging van het volk beteugeld”.

Afgelopen dagen was er opnieuw opschudding omtrent de ‘uittredingsvergoeding’. Dat betreft de zak geld die oud-parlementsleden en -regeringsleden kunnen ontvangen bij hun vertrek. Zo bleek dat CD&V-coryfeeën Vlaams Welzijnsminister Jo Vandeurzen, Kamerlid Eric Van Rompuy en staatssecretaris Pieter De Crem elk op het punt staan om bedragen van rond de 400.000 euro te ontvangen. Ja, De Crem zit nog steeds in de politiek, hij kreeg in 2014 nog een federale portefeuille met als inhoud een bevoegdheid van de deelstaten. In de pers en op sociale media zorgden de grote vertrekgelden echter voor flink wat kritiek.

Manifeste leugens om een rot systeem te verdedigen

Maar dat slikken figuren als nakende begunstigden Van Rompuy en Vlaams parlementsvoorzitter Jan Peumans (N-VA) niet. “Ik wil een beetje respect voor de politici en politici met grote verdiensten die zich jarenlang hebben ingezet”, liet Van Rompuy optekenen. Peumans wees er dan weer op dat de regeling al eens is aangepast in 2013-2014.

Oud-parlementslid Miet Smet (CD&V) sloot de gênante apologie af in De Afspraak. Zelf herinnert ze zich niet of ze vertrekgelden opstreek na haar politieke exit in 2009 (het betreft ten slotte maar een peulschil, niet waar?). “Je krijgt 4 maanden loon of maximaal 2 jaar loon, na 12 jaar parlementair mandaat. In de privé krijg je dat zeker”, aldus de weduwe van oud-premier wijlen Wilfried Martens (CD&V). “Politiekers hebben ook geen sociaal statuut. Als ze uit de politiek gaan, hebben ze geen werkloosheids[uitkering], geen sociaal statuut. Nikske!” Smet ging zelfs zo ver om zonder verpinken te laten uitschijnen dat ex-parlementairen geen pensioen kunnen krijgen en Vandeurzen werk zou moeten zoeken zonder vertrekgeld. Op de koop toe stelde ze dat de 136.000 euro die Vandeurzen zou ontvangen maar zo’n grote som is omdat voor hem nog de oude regels gelden die tot 4 jaar loon toekenden na het vertrek. Het omgekeerde is echter waar. De aanvankelijk over berichtte 136.000 euro waren door de VRT berekend op basis van de nieuwe regels. In werkelijkheid kan Vandeurzen vanaf mei nagenoeg 400.000 euro trekken. Hij “schrok er zelf” ook van.

De rest van Smets vertelsels zijn natuurlijk ook manifeste leugens. Ik weet niet bij welke private jobs je ‘zeker’ tot 2 jaar loon uitgekeerd krijgt bij je vertrek, maar in dat geval heb ik alleszins ergens iets verkeerd gedaan om dat te voorzien. Misschien bedoelt Miet Smet de opzegregeling en is ze daarbij vergeten zeggen dat er dan wel normaliter dient gewerkt te worden? En wat het ‘gebrek aan sociaal statuut’ betreft, zoals VRT-journalist Ivan De Vadder mooi aanhaalde deze week: Parlementsleden “hebben wel een sociaal statuut, ze betalen bijdragen voor een pensioen, ze hebben een sociale zekerheid die erin bestaat dat hun ziekteverzekering terug wordt betaald door het parlement en krijgen zelfs een extra hospitalisatieverzekering van het parlement…” Tot slot vervangt de uittredingsvergoeding de werkloosheidsuitkering.

(Lees verder onder de Twittervideo.)

Niet in de verste verte een werkloosheidsvergoeding

Alleen, die zogenaamde ‘werkloosheidsuitkering’ voor parlementairen is al even grotesk als het optreden van Miet Smet in De Afspraak. Ik weet niet hoe die zaken werken in Miet Smet-land, maar als jij of ik morgen werkloos worden, kunnen we gaan ‘stempelen’ voor 65% van ons laatst verdiende loon. Na drie maanden wordt dat zelfs 60%. Ex-parlementsleden daarentegen? Die krijgen de volle 7.462 euro aan brutoloon. Dit tijdens de gehele periode van ‘uittreding’.

De zogenaamde ‘werkloosheidsuitkering’ voor parlementairen is al even grotesk als het optreden van Miet Smet in De Afspraak.

Misschien denk je dan nu: “Ja, dat is wat onevenwichtig misschien, maar grotesk?”. Maar we zijn nog niet klaar. Heb je als ex-parlementair een nieuwe job gevonden? Geen zorgen, dat loon kan je perfect combineren met je vertrekgeld. Heb je na je werk in het pluche recht op een (parlementair) pensioen? Wanhoop niet, je kan eerst onverminderd je vertrekgeld trekken en dan erna je pensioengelden incasseren. En als kers op de taart krijg je bovenop de 7.462 euro nog elke maand een forfaitaire onkostenvergoeding van 2.089 euro. Allicht om de visitekaartjes als ex-parlementslid en dergelijke te bekostigen.

Nu weet ik blijkbaar niet wat je ‘zeker kan vinden in de privé’, maar dit systeem dient echt niet ter vervanging van de reguliere werkloosheidsuitkering. Zelfs De Afspraak-presentator Bart Schols kon zijn oren niet geloven toen Smet stelde dat ze “niet zou weten op welk netwerk terug te vallen” om een nieuwe job te vinden. Misschien kan ze haar oor eens te luisteren leggen bij partijgenoot en oud-premier Yves Leterme die na zijn jobs bij de OESO en IDEA ook nog eens in de voetsporen kon treden van oud-premier Jean-Luc Dehaene bij Europese voetbalbond UEFA als voorzitter van de financiële controlecommissie. De uittredingsvergoeding is dan ook niets meer dan schaamteloze zelfbediening die enkel door de loep van de pers en verontwaardiging van het volk werd beteugeld.

(Lees verder onder de tweet.)

Verstrenging is doekje voor deontologisch bloeden

En dan nog. Die beperking – die in 2013-2014 werd doorgevoerd – is op zich beperkt. Ja, men heeft het plafond van de zelfbedieningspremie gehalveerd van maximaal 48 maanden verloning naar 24. Leuk. Maar waarom geldt dit niet voor die politici die zetelden voor de verstrenging van de regels in 2013-2014? Zijn die politici beter, of zoiets? ‘Kwaliteit van voor de (Golf)oorlog’? Wat ook is veranderd, is dat wie vrijwillig opstapt – voor het einde van zijn termijn dus – geen vertrekgeld meer krijgt. Mensen als Brussels parlementslid Jef Van Damme (sp.a) – die volgende maand schepen wordt in Molenbeek – fietsen hier echter handig rond. Van Damme – nochtans hevige voorstander van de ‘decumul’ – zal namelijk gewoon zijn parlementair mandaat uitdoen. Met de zak vertrekgeld ongeschonden.

Politici mogen veel verdienen, zelfs meer dan nu. Want als wij politici niet goed genoeg betalen, doet iemand anders dat wel.

Politici mogen veel verdienen. Van mijn part zelfs meer dan dat ze nu doen. Als die lonen immers niet competitief zijn in vergelijking met topjobs in de private wereld, dan krijgen we mindere leiders terwijl het belang van die jobs net heel groot is. Of erger, als wij politici niet genoeg betalen, betaalt iemand anders ze wel goed. Multinationals of misdaadsyndicaten bijvoorbeeld. Politici goed/beter betalen terwijl ze werken voor onze gemeenschap is dus nuttig voor ons allen. Maar de uittredingsvergoeding dient geen enkel nut behalve het eigenbelang van de politici in kwestie. Nog een laatste sprint langs de kassa waar niemand om vroeg.

Het is feitelijk juist wanneer mensen als Miet Smet aankaarten dat ‘politiekers’ geen werkloosheidsuitkering genieten. Maar laat ons dat dan rechtzetten en zoals arbeidseconoom Stijn Baert aanraadt ze wel recht geven op ‘stempelgeld’. Maar laten we die vertrekvergoedingen dan ook direct schrappen. Deze zijn niet alleen “een schoonheidsvlek” op Herman De Croo‘s politieke gelaat, ze zijn een schandvlek op gans ons politiek bestel en een flink aandeel in de kloof tussen burger en politiek.

ADVERTENTIE