Johan Van den Driessche, de fractievoorzitter van de N-VA in het Brussels gewestelijk parlement, zal de politiek verlaten op het einde van zijn mandaat volgend jaar. Hij wil terug naar de bedrijfswereld en meer aandacht spenderen aan zijn gezin. Dat brengt VRT NWS. Afgelopen 14 oktober deed de N-VA het slecht in Brussel. In geen enkele van de 19 Brusselse gemeenten kon men echt doorbreken. Van den Driessche deed vorig jaar veel stof opwaaien rond het geannuleerde Eurostadion en het Samusocial-schandaal en de betrokkenheid van de PS hierin. 

In 2012 werd Johan Van den Driessche als N-VA-lijsttrekker verkozen om te zetelen in de gemeenteraad van Brussel-stad. Bij de gewestelijke verkiezingen twee jaar later werd hij tevens Brussels gewestelijke parlementslid, alwaar hij thans fractieleider voor zijn partij is. Op 14 oktober deed zijn partij het echter niet goed. Nergens in Brussel kon de N-VA sterk doorbreken. Van den Driessche kondigt nu zijn afscheid aan van de politiek.

Van den Driessche: “Lang voor het Samusocial-schandaal stond ik vrij alleen met de roep naar meer transparantie en goed bestuur”

“Mijn stap naar de politiek was een boeiende periode die ik met veel intensiteit en plezier heb ingevuld. Zowel op inhoudelijk vlak als inzake ervaring was het enorm verrijkend”, zegt Van den Driessche via een mededeling op zijn website. De N-VA’er keert terug naar de bedrijfswereld omdat “de belasting op [z]ijn gezinsleven te groot was geworden”.

“Ik besef dat ik met mijn beslissing velen zal ontgoochelen en hoop dat iedereen begrip kan opbrengen voor mijn keuze. Ik zal terugkijken op een intense en interessante periode waar ik mee de krijtlijnen heb uitgetekend voor Brussel in een confederaal model en de partij in Brussel mee op de kaart heb gezet”, zo schrijft Van den Driessche verder. De Vlaamsgezinde Brusselaar werd onder meer bekend door zijn hard oppositiewerk rond de dossiers van Samusocial en het Eurostadion. Maar “lang voor het Samusocial-schandaal stond ik […] vrij alleen met de roep naar meer transparantie en goed bestuur [en ik] ben […] fier dat ik mee de eerste stappen in die evolutie dienaangaande heb kunnen bewerkstelligen.”