Één op de vier Europeanen stemt ‘populistisch’, dat is de teneur van het onderzoek dat de Britse linksliberale krant The Guardian uitvoerde in samenwerking met meer dan 30 politicologen. De afgelopen twintig jaar hebben dergelijke partijen hun steun in het hele continent meer dan verdrievoudigd. 

The Guardian definieert ‘populisme’ als volgt: “Populisten hebben de neiging om de politiek te zien als een strijd tussen de deugdzame ‘gewone’ massa en een snode of corrupte elite – en dringen erop aan dat de algemene wil van het volk altijd moet zegevieren. The Guardian neemt de klassieke definitie van populisme van politicoloog Cas Mudde over. Populisme, zegt hij, wordt vaak gecombineerd met een ‘gastheer’-ideologie, die links of rechts kan zijn.” 

“Populisme is mainstream geworden”

Tegenwoordig stemt één op de vier Europeanen ‘populistisch’, twintig jaar geleden waar dergelijke partijen goed voor slechts 7% van de stemmen. Zij hebben hun populariteit in heel Europa in de afgelopen dertig jaar meer dan verdrievoudigd en regeren tegenwoordig meer in elf landen. Uit het onderzoek blijkt ook dat de linkse ‘populisten’, die veel minder sterk stonden dan hun rechtse tegenhangers, hun aanhang alsmaar vergroten.

“Nog niet zo lang geleden was populisme een fenomeen in de politieke marge. Vandaag de dag is het steeds meer mainstream geworden: enkele van de belangrijkste recente politieke ontwikkelingen zoals het Brexit-referendum en de verkiezing van Donald Trump kunnen niet worden begrepen zonder rekening te houden met de opkomst van het populisme”, zegt Matthijs Rooduijn, politiek socioloog aan de Universiteit van Amsterdam en leider van het onderzoeksproject.

Links en rechts

De onderzoekers namen honderden politieke partijen onder de loep en beslisten of ze ze in de afgelopen twintig jaar op verschillende momenten al dan niet ‘populistisch’ waren. Zij rekenen zowel radicaal-linkse partijen – zoals het Griekse Syriza, het Spaanse Podemos, het Duitse Die Linke, het Franse La France Insoumise en de Nederlandse SP – als rechtse en nationalistische partijen – zoals het Vlaamse Vlaams Belang, het Franse Front National, het Britse UKIP, de Duitse AfD, de Nederlandse PVV, de Oostenrijkse ÖVP en de Italiaanse Lega – tot het ‘populisme’.

Daarnaast zijn er ook uitgesproken populistische partijen zoals de Italiaanse Vijfsterrenbeweging. Ook zijn er partijen, vooral in Oost-Europa, die in eerste aanzet niet ‘populistisch’ schenen maar er wel naartoe evolueerden eens zij aan de macht kwamen. Voorbeelden zijn het Hongaarse Fidesz van Viktor Orbán en het Poolse Recht en Rechtvaardigheid (PiS).

https://sceptr.net/campaigns/doneer/donate/