Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) zal nog veel meer incasseren bij zijn politieke afscheid dan aanvankelijk berekend door de VRT. In plaats van 136.000 euro te krijgen voor zijn gewezen politieke diensten, zou het gaan om bijna 400.000 euro. Dat brengt De Tijd. Dat komt omdat de regels rond uittredingsvergoedingen weliswaar in 2014 aangescherpt zijn, maar de opgebouwde rechten voor wie hiervoor zetelde intact werden gehouden. Vandeurzen zelf vertelt via Het Belang Van Limburg er “zelf van geschrokken” te zijn.

Aanvankelijk berekende men bij de VRT de vertrekvergoeding voor Vandeurzen op basis van de limieten die sinds 2014 gelden: maximaal 24 maanden loon min pensioenbijdrage. Maar gezien Vandeurzen ook lang zetelde in het parlement voor de verstrenging van de vertrekgeldregeling, mag hij 44 maanden loon trekken. De opgebouwde rechten van voor 2014 werden immers behouden. Dat komt neer op een brutobedrag van 428.000 euro, waarvan 8,5 procent pensioenbijdrage wordt afgetrokken ofte een bedrag 391.000 euro.

“Ik ben er zelf van geschrokken”, zegt Vandeurzen in Het Belang van Limburg. “Dat is zeer veel geld. Ik ga nadenken over hoe ik een deel van dat geld kan investeren in de maatschappij.”

Niet alleen voor Vandeurzen bijna ‘kassa, kassa’-tijd

Eerder dit jaar werd opnieuw in de belangstelling gebracht hoe parlementsleden die het halfrond moeten verlaten nog voor 4 tot 24 maanden loon kunnen trekken. Dit aan nagenoeg 10.000 euro per maand. Dat betreft 7.462 euro brutoloon en een onkostenvergoeding van 2.089 euro. De lengte van de vergoeding is afhankelijk van hoelang men zetelde. De kritiek op de regeling is evenwel niet nieuw en zorgde er in 2013 al voor dat het maximumplafond voor de vergoedingen op 24 maanden werd gelegd in plaats van 48 maanden. Die regels gingen in voege in 2014, maar de ‘opgebouwde rechten’ van ieder die hiervoor zetelde werden wel behouden.

Gezien het behoud van die rechten, zal niet alleen Vandeurzen een astronomisch bedrag krijgen bij zijn uittrede. Ook bijvoorbeeld Kamerlid Eric Van Rompuy (CD&V) liet maandag weten te zullen stoppen volgend jaar. Omdat Van Rompuy al 36 jaar in regeringen/parlementen zetelt, betekent dat eveneens een gelijkaardige opstapvergoeding.

Hiernaast krijgen oud-parlementairen ook een parlementair pensioen, niet te verwarren met de uittredingsvergoeding. Dat staat dan op zijn beurt dan nog eens los van het wettelijk pensioen dat men verkrijgt op basis van prestaties in de privésector. Van Rompuy reageerde via Radio 1 maandag in ieder geval geïrriteerd op de vragen omtrent de vergoedingen. “Ik heb in alle mogelijke parlementen gezeten, ben minister geweest en heb me 36 jaar ingezet. Ik hoop dat men dan niet begint over uittredingsvergoedingen”, klonk het.

ADVERTENTIE