Kamerlid Filip Dewinter (Vlaams Belang) blijkt volgens verslaggeving van Het Laatste Nieuws jarenlang adviseur geweest te zijn bij een Chinese vzw. Die vzw organiseert echter ongeoorloofde inmengingsactiviteiten, zo legde de Staatsveiligheid bloot. Dewinter organiseerde zo evenementen in het parlement en ging op reis naar China en Kazachstan op kosten van die vzw, maar van spionage was Dewinter naar eigen zeggen nooit op de hoogte. “Het is best een goede grap dat iemand zoals ik, die nota bene al jaar en dag de paria van de Belgische politiek is, de best geplaatste politicus zou zijn om ‘buitenlandse inmengingsactiviteiten’ te faciliteren en te organiseren”, zo reageert de rechtse politicus in een mededeling maandag. 

In de pers worden vragen gesteld over de integriteit van Filip Dewinter nu blijkt dat hij jarenlang advies heeft verleend aan een omstreden Chinese staatsburger. Dit in het kader van activiteiten van vzw European Chinese Cultural and Educational Foundation (ECCEF). De Chinees in kwestie werd ons land uitgezet op verdenking van zogenaamde inmengingsactiviteiten. Dat betreft geen echte militaire of economische spionage, maar eerder lobbywerk. In een mededeling geeft Dewinter echter zijn kant van het verhaal weer. Hij zou steeds te goeder trouw hebben gehandeld, maar laakt het lekken van het rapport. En omdat Dewinter nooit werd ingelicht over het onderzoek, wil het Kamerlid nu een procedure opstarten bij Comité I, het orgaan dat onze veiligheidsdiensten controleert.

Dewinter wil procedure starten bij Comité I

“Ik heb steeds te goeder trouw gehandeld, maar moet nu via de media vernemen dat er eventueel misbruik van mijn vertrouwen zou zijn gemaakt”, aldus de Vlaams Belang’er. Maar, zo benadrukt hij nog, “het niet inlichten van politici en het lekken van informatie uit een zogenaamd geheim staatsveiligheidsrapport, is onaanvaardbaar in een democratische rechtsstaat. Ik zal dan ook niet nalaten om een procedure op te starten bij het Comité I ten einde een onderzoek naar het handelen van de staatsveiligheid mogelijk te maken”.

Volgens Dewinter betroffen zijn activiteiten in ECCEF vooral culturele interactie. “Het hele verhaal leest als een spionageroman van John Le Carré. De realiteit is echter veel minder spectaculair”, aldus nog de rechtse politicus. “In 2013 werd ik door de ondervoorzitter van ECCEF, mijn vriend wijlen senator Freddy Van Gaever, uitgenodigd op een tentoonstelling van ECCEF in Lier waar ik kennis maakte met de voorzitter van ECCEF, de heer Shao Changchun.”

“ECCEF is een vzw die culturele activiteiten organiseert, onder andere de uitwisseling van Europese en Chinese kunstenaars”, zo klinkt het verder. Dewinter maakt verder duidelijk dat hij zijn vriend Van Gaver hielp bij het organiseren van enkele cultureel-geschiedkundige activiteiten zoals de herdenking van pater Ferdinand Verbiest (de eerste Vlaamse missionaris in China) en in de voorbije jaren Chinese delegaties van artiesten en kunstenaars ontving in het Vlaamse en federale parlement. “Sporadisch werden ook contacten gelegd met derden ten einde een en ander te organiseren. De reis- en andere onkosten die ik hiervoor moest maken werden logischerwijze steeds terugbetaald of bekostigd door ECCEF. Nooit ontving ik enige betaling.” Op uitnodiging van ECCED reisde Dewinter in vijf jaar tevens vier maal naar China en één maal naar Kazachstan. Die reiskosten werden evenzeer betaald door ECCEF.

Bracke (en parket) wél op de hoogte

Hoewel Dewinter niet op de hoogte werd gebracht omtrent de inmengingsactiviteiten van de vzw, stelde Kamervoorzitter Siegfried Bracke (N-VA) maandag aan persagentschap BELGA wel ingelicht geweest te zijn. Op 26 juni kreeg Bracke immers een brief van Staatsveiligheid die meldde dat er een onderzoek liep naar een parlementslid. Maar “Staatsveiligheid hield de identiteit van Dewinter netjes verborgen”, aldus Bracke.

Bracke vroeg daarop aan de Federale Deontologische Commissie van de Kamer advies. Pas op 11 oktober had deze instantie een antwoord klaar. Men raadde aan om het parket in te lichten. De Kamervoorzitter deed dit op 18 oktober. Op 6 november, nagenoeg 3 weken later, liet het parket weten dat het bericht in goeie orde was ontvangen.

Dewinter zelf blijft in ieder geval sceptisch. Hij sluit zijn schriftelijke reactie af met de volgende bedenking: “Het is best een goede grap dat iemand zoals ik, die nota bene al jaar en dag de paria van de Belgische politiek is, de best geplaatste politicus zou zijn om ‘buitenlandse inmengingsactiviteiten’ te faciliteren en te organiseren”.