Voelde koning Albert II in de zaak-Boël de bui al hangen? Enkele weken voordat Delphine Boël naar de rechtbank trok om te worden erkend door de afgetreden vorst, deed het voormalige staatshoofd haar een minnelijk voorstel. Volgens Le Soir en Sudpresse ging het om een vergezelde brief, waarin Albert II Boël als zijn dochter erkende, die pas na de dood van het oud-staatshoofd mocht worden geopend. 

Delphine Boël voert al vijf jaar lang een juridische strijd om erkend te worden als dochter van Albert II. Vorig jaar oordeelde de rechtbank van Brussel nog dat Jacques Boël de wettelijke vader is van Delphine Boël, ondanks tegenstrijdig DNA-onderzoek. Hierdoor moest überhaupt niet meer onderzocht worden of Albert II de biologische vader is van Boël. De kunstenares ging echter in beroep.

Het hof van beroep velde een ander oordeel. Volgens het rechtscollege is Jacques Boël noch de biologische, noch de wettelijke vader van de kunstenares. Aan deze uitspraak werd een gerechtelijk order aan het adres van Albert II gekoppeld: hij heeft drie maanden de tijd om een DNA-staal af te geven.

Geen juridische gevolgen

Voor de juridische procedure van Boël had Albert II haar volgens Le Soir en Sudpresse een minnelijk voorstel gedaan. Zo zou de vorst in een verzegelde brief de kunstenares als zijn dochter erkennen. Wel mocht de brief pas na zijn dood worden geopend en zou het alleen als erkenning van identiteit kunnen functioneren.

Aangezien de brief geen juridische gevolgen voor de burgerlijke staat van Boël zou hebben, ging de kunstenares hier niet mee akkoord. Het voorstel zou ook volgens haar advocaat, Marc Uyttendaele, geen garantie voor de toekomst geven. “Het zou niets opgelost hebben”, stelt Uyttendaele tegenover VRT NWS.