Deze week veroorzaakten de vertrekpremies van onder meer Vlaams Welzijnsminister Jo Vandeurzen (CD&V) en CD&V-Kamerlid Eric Van Rompuy ophef. ‘Te hoog’ ‘en niet nodig’, klonk het bij critici. Een dergelijke, veelal royale, vertrekpremie, is evenwel niet het alleenrecht van nationale of gewestelijke politici. Zo kunnen volgens Het Nieuwsblad negentien gedeputeerden in totaal zo’n 2,4 miljoen euro extra op hun rekening schrijven.

Een parlementszetel of ministerieel ambt is geen ‘conditio sine qua non voor een royale uittredingsvergoeding. Alexander Vercamer (CD&V) – al 33 jaar gedeputeerde in de provincie Oost-Vlaanderen – heeft zo bijvoorbeeld recht op een vertrekvergoeding van 365.000 euro. De 67-jarige Oost-Vlaming krijgt dat bedrag niet in één keer op zijn rekening. Wel ontvangt hij zo’n vier jaar 7.611,49 euro per maand.

Professor lokale politiek Herwig Reynaert (UGent) spreekt tegenover Het Nieuwsblad over “astronomische bedragen”. Volgens hem mogen deze best wat lager ligger. “Maar”, zo stipt hij aan, “vergelijk het met een ontslagpremie in de privé. Bovendien is de redenering dat politici vaak een risico nemen voor hun verdere loopbaan door kleur te bekennen.”

Nieuwkomers krijgen minder

De nieuwe gedupeerden zullen hier evenwel geen aanspraak meer op kunnen maken. Zo werd hun statuut verbonden aan dat van het Vlaams Parlement. Doordat men daar de uittredingsvergoedingen reduceerde zullen de nieuwe gedupeerden op ‘maar’ maximum 182.675,76 euro kunnen rekenen.

Om op deze vergoeding aanspraak te kunnen maken zullen de nieuwe gedeputeerden evenwel 20 jaar deel moeten uitmaken van de deputatie, iets wat hoogst onwaarschijnlijk lijkt gelet op het debat om de provincies af te schaffen. Zo verklaarde Vlaams minister van Binnenlands Bestuur, Liesbeth Homans (N-VA), eerder nog dat haar partij de afschaffing van de provincies bij de volgende regeringsonderhandelingen opnieuw op tafel zal leggen.