Oostenrijk heeft een voorstel ingediend om nog even te wachten met het afschaffen van de winter- en zomertijdregeling. De voorzitter van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker had voorgesteld om in oktober volgend jaar al een einde te maken aan de regeling, maar een aantal lidstaten vinden dit te snel. Ook België sluit zich aan bij Oostenrijk.

Een aantal EU-lidstaten willen langer nadenken over het afschaffen van de tweejaarlijkse tijdswisseling en in het bijzonder over welke tijd nu het beste is. Oostenrijk, wiens rechtse regering momenteel de EU voorzit, zond een compromisvoorstel rond dat tegemoet komt aan een aantal reservaties. De afschaffing zou met 2,5 jaar worden uitgesteld en in oktober 2021 zouden klokken dan een laatste maal op wintertijd gezet worden. De lidstaten die voor immer in zomertijd willen blijven, verzetten dan in maart 2022 voor de laatste maal de uurwerken. België schaart zich achter de Oostenrijkers.

België wil aftoetsen bij buurlanden en bedenktijd

Premier Charles Michel (MR) wil graag ook eerst een overleg met de buurlanden over de kwestie. Om duidelijk te zijn: België steunt wél de afschaffing van het wisselen, zo verzekert VRT NWS, maar men wil goed genoeg weten welke tijd te kiezen. Wetenschappers stellen dat wintertijd het beste zou zijn, maar dat betekent dat het vroeger donker is in de zomer. Ook Nederland zou uitstel willen, zo stelt men op het kabinet van Michel.

Maandag zit de Raad van de Europese Unie samen rond de kwestie en vandaag zal ook de Vlaamse regering zich opnieuw beraden rond het vraagstuk.

Een Europese volksraadpleging die afgelopen zomer werd uitgevoerd resulteerde in een ruime meerderheid aan voorstanders van de afschaffing van de wisseling. Ook 50.000 Belgen reageerden op raadpleging. De meeste Belgen willen de zomertijd behouden. Scandinaviërs, die bijzonder weinig licht hebben in de winter, verkiezen dan weer de wintertijd als permanente tijdschema.