De Kamer heeft de begroting van het Koningshuis voor 2019 bekend gemaakt. Een budget wordt voorzien van nagenoeg 37 miljoen euro – 206.000 euro meer dan in 2018. En dotatiegewijs krijgt prins Laurent weer de volle pot. Dat brengt La Dernière Heure. Dit jaar kreeg hij een eenmalige financiële sanctie wegens een ongeoorloofd optreden op een diplomatiek feestje van het Chinese leger.

De middelen voor het koningshuis voor 2019 zijn vrijgemaakt. 36.614.000 euro zal gaan naar de Belgische telgen van de Saksen-Coburg en Gotha-dynastie en aangetrouwden. Hiervan moet 22.732.000 euro dienen om de activiteiten van de familie van Filip I te bekostigen, de rest betreft de dotaties. Koning Filip zelf krijgt 12.267.000 euro, of een slordige 1 miljoen euro per maand. Afgetreden koning Albert II krijgt ‘slechts’ 961.000 euro. 778.000 euro dient voor werkingskosten, de overige 183.000 voor zijn persoonlijke vergoeding. Ergens bizar, gezien het ex-staatshoofd nauwelijks nog officiële activiteiten heeft en vooral op reis is.

Evenzeer in het oog springend is de dotatie van ‘enfant terrible’ Prins Laurent. Hij wordt een budget van 320.000 euro toegereikt, net iets minder dan dat van prinses Astrid, die 334.000 euro krijgt. Dat is echter een mooie 6.000 euro meer dan wat Laurent dit jaar kreeg: 314.000 euro. De prins moest daar wel 15% (46.000 euro) afscheren gezien zijn sanctie voor een ongeoorloofd optreden. In 2019 mag de prins dus weer de volle pot trekken.

Laurent de rebel

Ondanks dat het Chinese leger in het buitenland geen al te schone reputatie heeft – zo kwamen bij het Tiananmenprotest honderden betogers om het leven nadat het ‘Volksbevrijdingsleger’ ingreep – werd in augustus bekend dat de Belgische prins aanwezig was op een viering van het Chinese leger ter gelegenheid van het negentigjarig jubileum van de militaire formatie.

Dat was echter zonder toestemming van de regering, ondanks dat premier Charles Michel (MR) in het verleden had gesteld dat Laurent niet zomaar kon afspreken met buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders. Michel zei direct dat hij een “proportionele sanctie” voor Laurent wou. Laurent verzette zich hevig (en tevergeefs) tegen een straf. “Dat hij klacht indient bij Unia”, reageerde staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) toen laconiek vorig jaar. De straf werd uiteindelijk een eenmalige dotatie-inperking.