Volgens de Mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties is het Franse verbod op de niqab en de boerka een schending van de mensenrechten.

Volgens de commissie schoot Frankrijk te kort in de verdediging van het verbod. “In het bijzonder was de commissie niet overtuigd door de bewering van Frankrijk dat een verbod op gezichtsbedekking noodzakelijk en proportioneel was vanuit veiligheidsoogpunt of om het doel van ‘samenleven’ in de maatschappij te bereiken”, luidt het verdict van de commissie.

Boerkaverbod

De commissie is een panel van onafhankelijke deskundigen die toezicht houden op de naleving van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR). De beslissingen van het orgaan zijn niet wettelijk bindend. Toch heeft Frankrijk normaal gezien de internationale verplichting om het “te goeder trouw” na te leven, krachtens een optioneel protocol in het verdrag.

Gezichtsbedekkende sluiers zoals de niqab en de boerka zijn in Frankrijk sinds 2010 verboden. Ook in België geldt zo’n verbod sinds 2011. Het oordeel van de commissie volgt op een klacht van twee vrouwen die in 2012 in Frankrijk veroordeeld werden op grond van de wet.

Volgens de commissie schendt het verbod hun recht om hun religieuze overtuigingen te uiten en kan het ertoe leiden dat zij thuis worden opgesloten en gemarginaliseerd. De commissie oordeelde ook dat Frankrijk de twee vrouwen een schadevergoeding moet betalen. Yuval Shany, de voorzitter van de commissie, voegde er wel aan toe dat het vonnis geen goedkeuring van de sluier was en dat hij en de 18 andere leden van het panel het kledingstuk als een vorm van onderdrukking beschouwen.