Wat hebben Brussels minister-president Rudi Vervoort (PS) en Défi-voorzitter Olivier Maingain met elkaar gemeen? Beiden staan, zacht uitgedrukt, zeer weigerachtig tegenover een Brusselse regering mét N-VA. “Ik zal nooit met N-VA besturen”, stelde Vervoort daar vandaag over in het RTBF-radioprogramma Matin Première. “Nooit sluit ik een akkoord met de N-VA, de PVDA of de Parti Populaire”, was dan weer de boodschap van Maingain in La Capitale.

De interesse van de N-VA in Brussel dient volgens Vervoort maar weinig nobele doeleinden. Zo verdenkt hij de Vlaams-nationalisten ervan om zoveel mogelijk macht te willen vergaren om de instellingen te kunnen blokkeren. De partij van Bart De Wever is evenwel niet de eerste Vlaams-nationalistische formatie die men ervan verdenkt om Brussel te willen blokkeren. Zo introduceerde men in het verleden de zogenaamde ‘afkoelingsperiode‘ uit vrees voor een blokkering door het toenmalige Vlaams Blok.

Met de N-VA wil Vervoort dan ook niet samenwerken. Een Brusselse regering met én de PS én de partij van Bart De Wever zal er volgens Vervoort “nooit” komen. Daarnaast begrijpt de Brusselse minister-president niet hoe de MR wel met de Vlaams-nationalisten kan samenwerken.

Minister zonder bevoegdheden

Eenzelfde verhaalt valt te horen bij Maingain in La Capitale. “Ik zeg het klaar en duidelijk: nooit sluit ik een akkoord met de N-VA, de PVDA of de Parti Populaire (een rechts-populistische partij geallieerd aan Steve Bannon, n.v.d.r.)”, klinkt het. “Het zijn partijen met een onrealistisch en dogmatisch programma, dat gevaarlijk is voor de welvaart van het land en de stabiliteit van de instellingen.” 

Behaalt de N-VA evenwel de meerderheid van de stemmen bij de komende gewestverkiezingen (omdat de Brusselse regering zowel in de Franstalige als de Nederlandstalige taalgroep een meerderheid moet hebben kan men niet zonder de N-VA), dan pleit Maingain voor een N-VA-minister zonder bevoegdheden. “Maar dan moeten de andere Brusselse ministers hem of haar goed in de gaten houden en niet zoals de MR in de federale regering ermee samen werken,” klinkt het.