Seksueel overschrijdend gedrag, vernederingen die dagelijkse kost zijn en psychologische spelletjes; het is maar een greep uit de beschuldigen die in een open brief ten aanzien van kunstenaar Jan Fabre worden geuit. De aanleiding voor de brief? Een interview met VRT NWS waarin Fabre stelde dat hij in 40 jaar geen enkel probleem heeft gekend in zijn dansgezelschap. Onwaar, klinkt het bij 20 (ex-)werknemers en stagiairs van dansgezelschap Troubleyn. 

Fabre valt al ettelijke decennia als choreograaf, theatermaker en beeldend kunstenaar niet meer weg te denken uit de nationale kunstwereld. Zo liet hij zich onder meer al opmerken door marathonvoorstellingen te regisseren, de zuilen van een universiteitsaula met ham te bedekken of in het Antwerpse stadhuis met katten te gooien.

Ook financieel kon Fabre niet klagen. Zo kreeg zijn dansgezelschap Troubleyn dit jaar nog 927.300 euro aan werkingssubsidies van de Vlaamse regering. Toch is die relatie met de politiek – en in het bijzonder met de N-VA – niet altijd ‘ideaal’ geweest. Nadat er in 2012 voor zijn film katten in de lucht werden gegooid werd de kunstenaar brutaal in elkaar geklopt. Fabre zelf wees met een beschuldigende vinger naar de politiek en in het bijzonder de N-VA. Zo zouden de Vlaams-nationalisten de zaak te hard hebben opgeblazen.

“Nooit een probleem” versus “vernederingen”

In de nasleep van de #MeToo-beweging bestelde Vlaams Mediaminister Sven Gatz (Open Vld) een grootschalig onderzoek naar grensoverschrijdend gedrag in de Vlaamse cultuur- en mediasector. De uiteindelijke resultaten waren volgens BELGA onthutsend. Liefst de helft van de ondervraagde vrouwen verklaarde dat ze in het voorbije jaar grensoverschrijdend gedrag ervoeren. In een interview met VRT NWS verklaarde Fabre echter dat er “bij ons in de compagnie, veertig jaar lang, […] nooit een probleem mee [is] geweest. Jamais”.

In een open brief in cultuurtijdschrift Rekto:Verso spreken 20 (ex-)werknemers en stagiairs – 12 anoniem en 8 met naam – van dansgezelschap Troubleyn deze bewering tegen. “Eén performer die vijftien jaar geleden met Fabre werkte, stelt: ‘Toen al gold uiteindelijk het principe: geen seks, geen solo”, valt er te lezen. Daarnaast maakt men melding van pesterijen tot een performer in tranen uitbarstte. Tevens was “in en rond de repetitiezaal van Troubleyn […] vernedering dagelijkse kost”. “In het bijzonder vrouwelijke lichamen zijn het mikpunt van pijnlijke en vaak openlijk seksistische kritiek – hoe zij er ook uitzien”, valt er te lezen. Fabre zou zijn performers ook bijnamen geven waarvan sommige “onmiskenbaar denigrerend en racistisch” zijn.

Bovendien zou Fabre psychologische spelletjes spelen. “De ene dag zet Fabre een performer op een piëdestal, de volgende dag breekt hij die systematisch af. Niet zelden pikt hij er dan één persoon als zondebok uit om bewust spanningen op te wekken bij de rest van de groep”, valt er te lezen in de open brief in cultuurtijdschrift Rekto:Verso. Het uiteindelijke resultaat volgens de ondertekenaars? “Velen van ons moesten na hun vertrek bij het gezelschap psychologische hulp zoeken, en hebben onze ervaringen beschreven als traumatische littekens op ons zijn”.

Eerlijk proces

In een recht van antwoord betreuren Fabre en Troubleyn de “aanval via de media”. “Jan Fabre wordt aan de schandpaal genageld, zonder enige vorm van verdediging op basis van anonieme getuigenissen en moeilijk te controleren beweringen”, klinkt het. Tevens stipt men aan dat “het gezelschap […] niet op voorhand [werd] gecontacteerd door het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen […] voor een gesprek hierover, noch door de initiatiefnemers van de open brief.”

Verder stellen Troubleyn en Fabre dat ze veel vragen van hun acteurs en dansers maar dat er één duidelijk grens is: “alles moet gebeuren met wederzijdse toestemming en respect”. “Wij dwingen niemand om bepaalde zaken te doen die voor hem of haar als grensoverschrijdend worden ervaren. Deze basisfilosofie passen we al 40 jaar toe en hebben we intern uitdrukkelijk herhaald naar aanleiding van de media-aandacht in 2017”, klinkt het.

Later vandaag stelde Fabre volgens De Morgen in een persbericht dat het nooit zijn bedoeling is geweest om mensen psychologisch of seksueel te intimideren. “Dames die beweren dat ik een grens overschreden heb, roep ik op om beroep te doen op de beschikbare procedures. Ik zal mijn volledige medewerking verlenen. Ik betreur dat deze mediastorm een heel gezelschap meesleurt en een eerlijk proces in de weg staat”, klink het.

https://sceptr.net/campaigns/doneer/donate/