Ferrari, Ferrero Rocher (Nutella), Barilla (pasta), Lavazza (koffie) en Fiat zijn allemaal grote Italiaanse ondernemingen die wereldwijd exporteren en borg staan voor kwaliteit. Nochtans wordt Italië gezien als de nieuwe ‘zieke man van Europa’ nu Griekenland, Spanje en Ierland de financiële crisis lijken verteerd te hebben. Wat scheelt er in het land van Dante, Michelangelo en Verdi?

De media-aandacht voor massa-immigratie heeft de belangstelling voor de economische toestand van Italië wat ondergesneeuwd. Maar de economische omvang van Italië valt niet te onderschatten. Ze vormt de derde grootste economie van continentaal Europa (na Duitsland en Frankrijk). Griekenland zou nooit meer dan een bosbrand zijn, terwijl Italië alle dominostenen binnen de Europese Unie en ver daarbuiten kan omgooien.

Zoeken naar economische groei

Stilstaan is achteruitgaan en dat geldt te meer in een globaliserende wereld met snel groeiende landen in Azië. Op dat vlak kampt Italië met twee problemen. Enerzijds is er de zwakke demografie. Italië is één van de meest vergrijsde landen van Europa en kampt nu al met een krimpende beroepsbevolking (aantal inwoners tussen 15 en 65 jaar). Het verhogen van de pensioenleeftijd zou slechts een tijdelijke oplossing bieden. Het fundamentele probleem is de financiële onzekerheid waardoor Italiaanse gezinnen het krijgen van kinderen uitstellen. Ook de gebrekkige kinderopvang en beperkte vorm van part-time werken zijn remmende factoren.

Anderzijds is er de dalende productiviteit. Waar landen als Frankrijk en Spanje erin slagen om efficiënter te werken, daalt in Italië sinds 20 jaar geleden de productiviteit licht, zo blijkt uit een studie van de Italiaanse centrale bank. Gevolg is dat de reële lonen in die periode amper zijn gestegen en de binnenlandse consumptie zwak blijft.

Men kan moeilijk zeggen dat de omgevingsfactoren gunstig zijn om te ondernemen. Er is de legendarische bureaucratie met soms tot vijf overheden, die ieder een vergunning moeten verstrekken en de hoge fiscale druk verklaren. Kleine bedrijven hebben het moeilijker om te voldoen aan al die regelgevingen en missen de schaal en expertise. Daarnaast schrikken misdaadsyndicaten investeerders af en zijn goed voor een parallelle economie van 2,5 tot 6% van het nationale inkomen (Trends, 9 augustus 2018). De zwarte economie in Italië is groter dan in Noord-Europa, wat de fiscale lasten onevenwichtig verdeelt. Net zoals in België worden hiervoor historische redenen ingeroepen.

(Lees verder onder de tweet.)

Ook besmet met de Belgische ziekte

We hadden het al over de hoge belastingdruk en de vele beleidsniveau’s. Maar ook op andere vlakken vertoont Italië gelijkenissen met België. Zo is er de economische divergentie tussen noord en zuid. Te vaak wordt vergeten dat Noord-Italië met Lombardije en Veneto gemakkelijk de maat neemt van vele Noord-Europese landen. De verouderde landbouweconomie in Zuid-Italië is een heel ander verhaal. Daar zijn alle problemen van corruptie, misdaad en demografie in de overtreffende trap aanwezig.

De financiële markten en Europese Unie maken zich vooral zorgen over twee gevolgen van de chronische toestand van de Italiaanse economie. Ten eerste is er de hoge overheidsschuld (132% van het nationale inkomen). Net zoals in België wordt een overgroot deel aangehouden door binnenlandse beleggers wat het land minder afhankelijk maakt van eventuele paniek op de beursvloer. Het wordt uitkijken naar de begroting van de regering van premier Giuseppe Conte. Een basisinkomen, verhoging van de pensioenen, gekoppeld aan een lagere belasting zou het tekort kunnen doen stijgen en dan gaan in Brussel de poppetjes aan het dansen.

Ten tweede is er de belabberde toestand van meerdere Italiaanse banken. Vorig jaar kwam op het nippertje geld vrij voor de oudste bank ter wereld, Monte dei Paschi di Siena. Europa koppelde overheidssteun aan herstructurering en de verplichting van aandeelhouders om de redding financieel te ondersteunen. Het zijn echter vooral kleine spaarders die banken via aandelen en obligaties financieren. Een eventueel faillissement zou enorme gevolgen kunnen hebben voor de Italiaanse economie zelf.

Stilte voor de storm?

Nadat de Italiaanse president Sergio Mattarella en de Europese Unie de kandidatuur van Paolo Savona als minister van Financiën blokkeerden, leek de paniek geluwd. Italië zou de eurozone niet zomaar verlaten. Het is echter mogelijk dat de discussie over de begroting de gemoederen terug zal doen oplaaien. Vraag is of Frankrijk en andere Zuid-Europese landen dan de kant van Italië zullen kiezen. En of de Duitse bondskanselier Angela Merkel dan voor een Europese oplossing kiest of één die Duitsland dient?

Bevindt zich in de laars van Europa ook haar achillespees? Er is genoeg symboliek te vinden. De vraag blijft of Italië de fakkel van ‘zieke man in Europa’ binnen enkele jaren kan doorgeven en eindelijk kan genezen. Duitsland toonde in de jaren negentig alvast aan dat het kan.