De nieuwe Italiaanse regering pakt met de begroting van volgend jaar dan toch uit met een tekort van 2,4 procent, ondanks plannen van minister van Economie Giovanni Tria om tot een lager begrotingstekort te komen. Dat cijfer ligt ook drie keer hoger dan de doelstelling van de vorige regering en schurkt heel dicht aan bij de drieprocentgrens die door Brussel gehanteerd wordt. Het cijfer zou de komende maanden ook nog kunnen groeien.

De Italiaanse regering heeft gisteren een begroting met een tekort van 2,4 procent van het Bruto Binnenlands Product goedgekeurd. De partijloze minister van Economie Giovanni Tria is daarbij gezwicht voor de druk van vicepremiers Luigi Di Maio – van de populistische Vijfsterrenbeweging (M5S) – en Matteo Salvini – van de rechtsnationalistische Lega. De twee vicepremiers eisten dat de begroting campagnebeloftes zoals een basisinkomen, een vlaktaks en een verlaging van de pensioenleeftijd zou omvatten.

Basisinkomen, verlaging pensioenleeftijd en vlaktaks

“Er is een akkoord binnen de hele regering voor 2,4 procent, we zijn tevreden, dit is een begroting voor verandering”, zeiden Di Maio en Salvini in een gezamenlijke verklaring. Di Maio noemde het begrotingsakkoord verder “historisch” en een overwinning voor de Italiaanse burgers, niet voor de regering

“Voor het eerst in de geschiedenis van dit land zullen we de armoede uitbannen dankzij het basisinkomen”, zei Di Maio. “We zullen eindelijk een toekomst geven aan de 6,5 miljoen mensen, die tot nu toe in armoede hebben geleefd en volledig zijn genegeerd.”

Het begrotingstekort wordt op die manier drie keer zo groot als de doelstelling van de vorige regering. Tria mikte aanvankelijk op een meer bescheiden begrotingstekort van 1,9 procent. Hoewel het streefcijfer van 2,4 procent binnen de drieprocentgrens ligt die door de Europese Unie gevraagd wordt, zou het uiteindelijke cijfer weleens hoger kunnen uitvallen nadat de begroting door het Italiaanse parlement behandeld wordt.